Een
vraag die je nogal eens hoort. Soms doet men zelf een poging de
vraag te beantwoorden
met:
"Die stammen af van de Annabaptisten, volgelingen van Anna
Baptiste!"
Weer anderen die op de hoogte
lijken te zijn van de kerkgeschiedenis,
maken de opmerking: "Die
stammen af van de wederdopers."
We moeten stellen dat deze reacties (en er zijn er nog veel meer)
naast de waarheid zitten. Daarom
lijkt het ons goed u wat zicht te geven op onze historische
wortels en overtuigingen. Een schat aan
zegeningen ligt in deze geschiedenis verborgen.
1.
Eerst kun
je kennismaken met de man
die wel de vader van het Nederlandse baptisme wordt
genoemd. 2.
Daarna kun
je verder in de
geschiedenis terug, naar de tijd waarin de allereerste wortels van
het baptisme
ontkiemden.
3.
Vervolgens
kom je
een aantal van de geloofspunten van de baptisten tegen. 4.
En als
laatste zie
je nog een kort overzicht van de ontwikkeling van het Baptisme in
Nederland.
1. Geschiedenis
De geschiedenis van het Nederlandse baptisme begint in de 19e eeuw
met Johannes
Elias Feisser (zie foto)
(1805 - 1865). Hij sticht de eerste Nederlandse
baptistengemeente
in mei 1845 te Gasselternijveen
(Drente). Na zijn promotie in de theologie (1828) diende Feisser als
predikant van de Hervormde kerk
te Lekkum en Miedum (Fr.), Winschoten en Franeker. In september 1838
kreeg hij van de kerkeraad
van Franeker eervol ontslag; zijn vrouw en twee kinderen waren hem
ontvallen, zodat verder
functioneren hem tijdelijk onmogelijk was. Na een half jaar van rust en
inkeer werd Feisser beroepen
in de Hervormde kerk van Gasselternijveen, waar de kerk al gauw vol
zat. Deze periode zou van grote
betekenis worden voor zijn verdere leven. Voor Feisser was de
reformatie niet voldoende geweest.
De kerk moest een lichaam van wedergeboren gelovigen zijn. Zo kwam hij
in conflict met de kerkeraad
over een persoon die als ouderling zou worden aangesteld, maar die
volgens Feisser geen wedergeboren
gelovige was.
Gaandeweg raakt hij ook overtuigd van de geloofsdoop. Men moet bewust
wederom geboren zijn
voordat men kan toetreden tot de gemeente. De zichtbare kerk valt niet
zonder meer samen met de
onzichtbare. Een ieder die binnen de kerkmuren komt, en als kind
gedoopt is, is daarmee niet ook
automatisch kind van God. In het najaar van 1843 werd Feisser daarom
uit zijn ambt ontzet. Enkele
maanden na deze tragedie kwam Feisser in contact met het Duitse
baptisme. Het nieuws van Feisser
was Johan Gerhard Oncken ter ore gekomen. Hij wilde graag met Feisser
in gesprek komen.
Het Duitse baptisme is ontstaan door Johan Gerhard Oncken (1800-1884).
In 1834 had hij de eerste
baptistengemeente op het continent gesticht te Hamburg. Als jongeman
had Oncken een tijd in
Engeland gewoond. Daar was hij tot geloof gekomen en maakte hij kennis
met het baptisme.
Teruggekomen in Duitsland liet hij zich dopen (1834) en de eersre
baptistengemeente was daarmee
een feit. Feisser bezocht Oncken in Hamburg waarop hij zich in mei 1845
liet dopen aan de
Nijveensche Mond. Meerderen zijn hem daarin gevolgd. Zij traden uit de
kerk en voegden zich bij
de kleine gemeenschap. Feisser werd na zijn doop gekozen tot voorganger
van de eerste Nederlandse
baptistengemeente (genoemd 'Gemeente van Gedoopte Christenen').
Het Nederlandse baptisme blijkt vanuit deze korte geschiedenis dus
beïnvloed te zijn door Oncken en
indirect door het Engelse baptisme.
2. Wat is het Engelse baptisme?
Het Engelse baptisme is ontstaan in de 17e eeuw en is overwegend
calvinistisch. Het baptisme ontstond
door kontakten in Amsterdam tussen Engelse vluchtelingen en Nederlandse
doopsgezinden. De
Engelsen werden onder andere aangevoerd door John Smyth. Hij was een
geleerd en belezen man.
Noodgedwongen scheidde hij zich af van de Kerk van Engeland, nadat de
hoop op enige geestelijke
hervorming binnen die kerk was opgegeven. Ook voor Smyth viel de
zichtbare kerk niet automatisch
samen met de onzichtbare. Wie de kerk bezoekt en meeleeft is per saldo
daarmee nog niet voor de
eeuwigheid gered. In 1607 voegde hij zich hij een afgescheiden
gemeente. Het jaar daarop vertrok
deze gemeenschap vanwege vervolgingen naar Amsterdam, waar enkelen zich
op hun geloof lieten
dopen. Een overwegend calvinistisch denkend deel keerde later terug
naar Engeland, waar de
vervolgingen doorgingen. Door de verdrukkingen heen groeide de
baptistische beweging verder.
Vanaf 1651 wordt ook de doop door onderdompeling op schrift door de
baptisten beleden.
Een bekende baptist, die ten onrechte werd gevangen gezet, is John
Bunyan, bekend door zijn
boek "Christenreis naar de eeuwigheid". Baptisten hebben toen ook
openlijk beleden dat alle
mensen vrij moeten zijn om te geloven wat ze willen, zonder dat zij
onder druk gezet dienen te
worden door de overheid. Enkele bekende baptisten uit de 18e en 19e
eeuw zijn William Carey
(zendeling) en Charles Haddon Spurgeon. Het was in het Engeland van de
19e eeuw dat Oncken
invloed onderging van het Engelse baptisme. Dit geloof bracht hij mee
naar het continent, waar
het via Feisser in Nederland terechtkwam.
3. Wat zijn nu belangrijke geloofspunten van het baptisme?
Baptisten
onderstrepen de noodzaak van een persoonlijke
bekering en keuze voor Jezus Christus
als Heiland.
Baptisten
belijden de doop door onderdompeling voor allen die bewust tot geloof
gekomen zijn,
Christus van harte liefhebben en Hem praktisch willen navolgen.
Baptisten
belijden de noodzaak van een plaatselijke gemeente, die zelfstandig is
en bestaat uit
bekeerde gelovigen.
Baptisten staan
voor vrijheid van godsdienst, zonder inmenging van Staat en overheden.
Baptisten
benadrukken de praktische navolging van Jezus Christus in het
dagelijkse leven.
Baptisten
willen zich in geloof, leer en leven richten naar de Bijbel.
4. Tot slot
een kort overzicht van de ontwikkeling van
het Baptisme in Nederland
In 1881 werd de "Unie van Baptistengemeenten" opgericht, met een eigen
opleiding aan De
Vinkenhof te Bosch en Duin. Nu zijn er ongeveer 85 plaatselijke
gemeenten bij de Unie aangesloten.
In 1948 sloot de Unie zich aan bij de wereldraad van Kerken, maar daar
trad ze in 1963 weer uit,
vanwege de aanwezigheid van vrijzinnige kerken. Vanaf de oprichting van
de Unie waren er ook
baptistengemeenten, die zich niet bij haar aansloten, de zogenaamde
vrije of onafhankelijke
Baptistengemeenten. In 1982 richtten 22 vrije Baptistengemeenten de
"Broederschap van
Baptisten Gemeenten" op; nu zijn daar zo'n 30 gemeenten bij
aangesloten.
Daarnaast zijn er in Nederland nog een twintigtal
Baptistengemeenten, die noch
bij de Unie, noch bij de Broederschap zijn aangesloten. In totaal
hebben alle Baptistengemeenten
in Nederland samen zo'n 17000 volwassen leden.
Wat
kunnen we leren van de puriteinen voor ons geloof en ons kerk-zijn
vandaag? Daarover ging het congres dat we op 23 april hielden met de
George Whitefield Stichting. Hoofdsprekers op het congres waren dr. Wim
van Vlastuin (hersteld-hervormd) en dr. Henk Bakker (baptist). Immers,
zowel evangelikalen als bevindelijk-gereformeerden laten zich
inspireren door de puriteinse erfenis..
‘EEN
ANALYSE
VAN DE KERK AAN DE HAND VAN HET BOEK DYNAMICS OF SPIRITUAL LIFE VAN DE
‘EIGENTIJDSE PURITEIN’ RICHARD LOVELACE’
DOOR JEROEN BOL
‘Het
best bewaarde
geheim uit de wereld van het evangelicale boek’. Zo
omschrijft
dr. Wolter Rose - docent Semitische talen aan de Theologische
Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen - het
boek Dynamics of spiritual life, an evangelical theology of renewal van
de hand van Richard E Lovelace (193 l). Rose constateert dat dit een
van de beste boeken uit de Engelstalige evangelicale hoek is en
tegelijk een van de minst bekende. De Amerikaan Lovelace is
kerkhistoricus en was jarenlang professor aan Gordon-Conwell
Theological Seminary. Hij schreef het boek ruim vijfentwintig jaar
geleden. Sindsdien heeft het nauwelijks aan actualiteit ingeboet. Tim
Keller predikant van Redeemer Presbyterian Church in New York -
verwijst er keer op keer naar. Theo Visser, als gemeentestichter namens
de Christelijke Gereformeerde Kerken werkzaam in diverse grote steden,
las het boek op aanraden van Keller en was diep onder de indruk.
Baptistenpredikant Michael Gorsira uit Delfzijl ging er intussen
zesmaal doorheen en blijft zich verbazen over de schat aan inzichten.
Pittige
diagnose Wat
maakt dit boek
zo bijzonder? Een paar dingen springen eruit. De auteur beoogt niets
minder dan de geestelijke vernieuwing van de gehele kerk. Zijn diagnose
van de geestelijke gezondheid van de westerse kerk is niet mals.
Volgens Lovelace leeft zij grotendeels onder de maat van het Evangelie
zoals dat in het Nieuwe Testament tot ons komt. De onpartijdige aanpak
is een verademing. In zijn analyses wijst de schrijver zonder aanzien
des persoons - lees: kerkgenootschappen en bewegingen - de zwakke
plekken aan. Maar ook in het benoemen van positieve zaken is hij
opmerkelijk vrij van vooringenomenheid. Bij het stellen van de
diagnoses en het aanreiken van remedies gaat Lovelace niet over
één nacht ijs. Voor beide put hij veelvuldig uit
de
Bijbel, de kerkgeschiedenis en de theologie. De mate waarin hij het
brede veld van theologie, kerkgeschiedenis en, in iets mindere mate,
ook filosofie en psychologie beheerst, is indrukwekkend en wekt
vertrouwen. In het maken van zijn analyses weet Lovelace herhaaldelijk
op verrassende wijze allerlei zaken met elkaar in verband te brengen.
Frappant zijn de pastoraal psychologische observaties, waarbij
begrippen als zonde en het vlees heel herkenbaar in beeld worden
gebracht, bevrijd van het vaak stoffig, wettisch aandoende, imago.
Lovelace verstaat de kunst - net als Tim Keller en James Packer - om
klassieke bijbelse begrippen opnieuw eigentijds, scherp en aansprekend
te formuleren. Het is theologie die je keer op keer in de spiegel doet
kijken. Eerst zie je jezelf, maar als je dan nog eens goed kijkt, zie
je Christus. Het is een verademing om de schatten van het Evangelie zo
pakkend, overtuigend en bevrijdend geformuleerd te zien.
Opwekking Lovelace's
specialiteit is de geschiedenis van de grote opwekkingsbewegingen en de
theologie van het geestelijk leven, ofwel: de theologische doordenking
van een christelijke spiritualiteit. Lovelace maakte intensief studie
van deze zaken. Wat verstaat hij onder een opwekking? Zijn denken
hierover is sterk beïnvloed door Jonathan Edwards. Volgens
Edwards
is een opwekking geen speciale periode van buitengewone religieuze
opwinding. Het is een uitstorting van de Heilige Geest die Gods volk
herstelt en terugbrengt tot een normaal niveau van geestelijk leven na
een periode van geleidelijk afglijden van dat normale niveau. Een
opwekking is volgens Edwards niet in de eerste plaats een emotionele
ervaring. Het wezen van een echte opwekking is een door de Geest
bewerkt sterk besef van de realiteit van God. Dit Godsbesef, dat
gepaard gaat met een grondige overtuiging van zonde, reinigt het hart
en leidt tot een zachtmoedige, meegaande gezindheid en een overvloed
aan goede werken. Lovelace rekent ook de Reformatie en de puriteinen
tot opwekkingsbewegingen. Hij heeft weten vast te stellen welke
factoren steevast een sleutelrol vervullen bij het ontstaan en het
gezond blijven van een opwekkingsbeweging. Die factoren zijn niet
alleen cruciaal voor de vernieuwing van de kerk, maar ook voor een
gezond persoonlijk geestelijk leven. Het boek laat zich dus op twee
manieren lezen. Als handboek voor een uitgebalanceerd geestelijk leven
én als programma voor geestelijke vernieuwing van de kerk.
In
zijn inventarisatie komt Lovelace tot tien factoren. Verschillende
daarvan komen in de loop van dit artikel aan de orde. Cruciaal is dat
al die factoren verankerd blijken in de genade. Net als in de brieven
van Paulus vormen de woorden 'in Christus' bij Lovelace een
sleutelbegrip. Lovelace: ‘Verlossing is gebaseerd op ons
deelhebben aan Christus, niet op ons navolgen van Hem. Verlossing is
gebaseerd op genade die we ons toe-eigenen door geloof, niet louter op
gehoorzaamheid. Geestelijk leven komt voort uit onze eenheid met
Christus, niet louter uit het navolgen van Christus. Wanneer de
volledige dimensie van Gods genadige voorziening in Christus in de kerk
niet helder wordt verwoord, kan het geloof er de hand niet op leggen.
Met als gevolg dat de kerk uit balans raakt en verzwakt. De individuele
christen en de kerk als totaliteit hebben hun leven in
Christus’. Lovelace's
boek
laat zich ook goed lezen als een swot-analyse van de westerse kerk. In
zo'n analyse probeer je vast te stellen waar de kracht ligt van een
beweging en wat de zwaktes zijn. En waar er kansen liggen en uit welke
hoek de bedreigingen komen. Lovelace brengt in 450 pagina’s
heel
wat ter sprake. Wij maken een selectie.
Kracht
van de westerse kerk De
ultieme kracht
en troefkaart van de kerk is als altijd de radicaal bevrijdende
boodschap van het Evangelie. Lovelace voert hier terecht Luther ten
tonele. Als geen ander is Luther door God gebruikt om de genade in
Christus door het geloof alleen opnieuw in het centrum van de kerk te
plaatsen. Sola fide, sola gratia. Dit was en is nog steeds een radicaal
bevrijdende boodschap. Volgens Lovelace leven maar heel weinig
christenen daadwerkelijk vanuit die vrijheid. Lovelace:
‘Slechts
een fractie van de belijdende christenen in onze dagen eigent zich
grondig de rechtvaardigmaking in Christus toe. Velen geloven
verstandelijk wel in de rechtvaardiging door geloof alleen, maar in
feite rekenen ze erop door hun heiliging gerechtvaardigd te worden, dan
wel te blijven. De zekerheid van hun geborgenheid in God proberen ze te
putten uit hun geloofsernst, hun vroegere bekeringservaring, hun
recente geloofsprestaties of het betrekkelijk weinig voorkomen van
bewuste ongehoorzaamheid. Slechts weinigen weten genoeg over de rijkdom
van de genade in Christus om iedere dag te beginnen met een
vastbesloten gaan staan op het platform waarop Luther stond: je bent
aanvaard. Wegkijkend van jezelf, en in het geloof je de door God
toegerekende gerechtigheid van Christus eigen makend als de enige grond
van je volledige aanvaarding door God en de vergeving van al je zonden.
Lovelace stelt dat slechts dit louter en alleen -en volledig vertrouwen
op onze gerechtigheid in Christus waarbij je niets meer van jezelf
verwacht- de voedingsbodem creëert waarop een ontspannen
geloofsvertrouwen kan opbloeien. Dan kan, bevrijd van alle
krampachtigheid, levensheiliging en een stabiel geloofsleven werkelijk
gedijen. Volgens Lovelace moet hele volksstammen in de kerk nog geleerd
worden om zo bevrijd, vanuit geloof, te durven leven. Theo Visser wijst
in dit verband op de verklaring van Romeinen 6 door Martyn Lloyd-Jones.
Die stelt in zijn boek ‘The New Man’ dat veel
predikanten
de radicaal bevrijdende boodschap van Romeinen 6 niet durven te preken,
omdat ze huiverig zijn dat hun toehoorders onverantwoord zullen omgaan
met zo veel vrijheid. Maar deze angst is onnodig wanneer met de
rechtvaardiging ook de heiliging gepreekt wordt. Lovelace wijst op het
onlosmakelijke verband tussen beide zaken. Het is onmogelijk te
genieten van de geborgenheid in Christus zonder een bepaalde mate van
toewijding aan levensheiliging. Dat laat je geweten domweg niet toe,
aldus Lovelace. Geen goedkope genade dus. Tegelijk wijst hij op het
feit dat ook de heiliging in de genade in Christus verankerd is.
Heiliging is geen ‘doe-het-zelf-project’. In
Christus is
ook de macht van de zonde gebroken. Heiligmaking mag ontspannen groeien
in een diep bewustzijn van Gods aanvaarding en genade in Christus.
Volgens Lovelace komen veel problemen rond levensheiliging voort uit
het niet diep genoeg verstaan hoe radicaal en volledig de
rechtvaardiging door het geloof afrekent met het probleem van zonde en
schuld. Keller zegt daarover: ‘Velen gaan ervan uit dat het
Evangelie er is voor niet-christenen. Je hebt het nodig om gered te
worden. Als je eenmaal christen bent, groei je geestelijk door hard je
best te doen en door gehoorzaamheid. Dit is een misvatting.
Een
‘geweldig je best doen’ dat niet verankerd is in
het
Evangelie leidt niet tot heiliging, integendeel: het wurgt je. Het niet
weten toe te passen van het Evangelie op alle facetten van ons leven is
ten diepste de oorzaak van al onze problemen. Ons kernprobleem is dat
we niet diep genoeg hebben nagedacht over wat het Evangelie in wezen
allemaal inhoudt, we hebben het niet weten toe te passen in alle
aspecten van ons leven’. Het Evangelie was altijd en is nog
steeds de kracht van de kerk. Het heeft er alle schijn van dat het ook
vandaag door velen opnieuw ontdekt moet worden. Wie durft? Edwards
noemt dat een opwekking. Anderen noemen het reformatie.
Zwaktes
van de westerse kerk Lovelace
noemt het
gebrekkige besef van de heiligheid van God en van de ernst en de diepte
van de zonde een van de grootste zwaktes van de huidige kerk. Hij laat
zien hoe sinds begin 1800 in grote delen van de westerse kerk het
bijbelse concept van een God die toornt over de zonde geleidelijk aan
is ingeruild voor een God die alleen liefde is. Velen zijn een levend
besef van de heiligheid van God kwijtgeraakt. Daardoor komt het
Evangelie in de lucht te hangen. Want waarvan moet je eigenlijk verlost
worden als er geen benul meer is van het enorme contrast tussen een
liefdevol en heilig God en de diepte van je eigen zondigheid? Waarom
moest Jezus dan eigenlijk sterven aan een kruis? Lovelace stelt in dit
verband dat eind negentiende eeuw talloze kerken in de Verenigde Staten
hun predikant in feite betaalden om hen te behoeden voor een
confrontatie met de levende God... Een
andere zwakte
is het gebrek aan historisch besef in grote delen van de evangelische
beweging. Wat weet men nog van de grote opwekkingsbewegingen in de
achttiende en negentiende eeuw? En wat van de geestelijke rijkdom in
deze bewegingen? En van de grote dingen die God toen deed?
Kerkgeschiedenis ziet er bij evangelische christenen vaak zo uit: eerst
heb je het boek Handelingen, dan komt er heel lang niets en dan begint
bij Billy Graham de evangelische beweging. Dit gebrek aan
belangstelling voor de eigen historische wortels ontneemt de
evangelische beweging het zicht op de grote geestelijke rijkdom in haar
eigen traditie. Een van de gevolgen is dat men onvoldoende kritisch
kijkt naar de laatste trends die overwaaien uit de VS. Wie de
geschiedenis niet kent is immers gedoemd haar fouten te herhalen.'Het
werkt, er komen meer mensen in de kerk', lijkt bij velen het einde van
alle tegenspraak. De nadruk komt steeds meer op methoden van
gemeenteopbouw te liggen, met verwaarlozing van stevige bijbelse
prediking en onderricht. Van het reële gevaar dat de
evangelische
beweging zo ten prooi dreigt te vallen aan een pragmatisch, uitgehold
christendom lijken weinigen wakker te liggen. Het is begrijpelijk dat
we in de context van almaar doorgaande ontkerkelijking uitkijken naar
mogelijkheden om dit tij te keren. En dan lonkt alles wat naar
getalsmatige groei zou kunnen leiden. Maar wanneer men het merendeel
van zijn kaarten zet op methodes (Willow Creek, Doelgerichte gemeente)
met verwaarlozing van inhoud (diepteprediking van het Evangelie in de
lijn van mensen als Tim Keller) loopt de evangelische beweging grote
risico's.
Kansen
voor de westerse kerk Ik zie
grote kansen
waar men inzet op de combinatie van de volgende twee zaken. Ten eerste
op diepgaande bijbelse prediking, met een laag 'Tale Kanaäns'
-gehalte. Eigentijds en puttend uit de beste evangelicaal-gereformeerde
tradities. Pastoraal sterke prediking waarin Gods genade schittert.
Prediking die God verheerlijkt, in de lijn van mannen als Packer, Piper
en Lloyd-Jones. Dit moet de eerste prioriteit hebben: de inhoud.
Daarna, ten tweede, aandacht voor gemeenteopbouw waarbij het Evangelie
zelf leidmotief blijft. Ik verwacht voor de langere termijn veel meer
van de aanpak van bijvoorbeeld de gereformeerde evangelicaal Tim
Keller, dan van de sterk op management en marketing geënte
aanpak
van Rick Warren en Willow Creek. Voor wie zoekt naar een inbedding van
het gedachtegoed van Keller in de Nederlandse context zal veel
bruikbaars vinden in het voortreffelijke boek ‘De werkers van
het
laatste uur’ van Stefan Paas. Hoopgevend zijn ook nieuwe
missionaire samenwerkingsverbanden tussen diverse kerkgenootschappen in
enkele grote steden. Nederland is zendingsland geworden. Dat
verschillende kerkgenootschappen nu de handen ineenslaan om nieuwe
gemeentes te vestigen in steden als Amsterdam is goed nieuws. Dat men
hierbij coaching ontvangt van Redeemer is een veelbelovende
ontwikkeling. Theo Visser, zelf gemeentestichter, constateert bij
Keller en Lovelace een gezonde balans tussen beide: gedegen bijbelse
prediking en missionaire gemeenteopbouw.
Bedreigingen
voor de westerse kerk Lovelace
noemt
'disenculturatie' als een van de tien kernelementen voor een gezond
geestelijk leven. Het is een wat onbekend begrip, maar het wil zeggen
dat men in staat is de eigen identiteit te handhaven zonder ingepakt en
overvleugeld te worden door de omringende cultuur. Ofwel: datje als
christen in Nederland in staat bent ondanks de constante druk van de
geseculariseerde humanistische cultuur bijbels te blijven denken en
leven. Dat valt niet mee. We worden dan nog wel niet vervolgd, maar de
druk om in alles de 'autonome mondige' mens en zijn behoeften, rechten
et cetera op de eerste plaats te zetten is enorm. Het gevaar dat dit
denken, in een christelijk jasje, ook in de kerk een steeds grotere
plaats zal proberen op te eisen, is levensgroot. Het zal steeds meer
gaan botsen tussen deze twee: principieel God de eer geven door Hem en
zijn geboden boven alles te stellen of bezwijken voor de
mensgerichtheid van deze tijd en steeds meer water bij de wijn doen. De
huidige invulling van veel laagdrempelige diensten is dan ook bepaald
niet zonder risico. Voeg bij dit alles de gejaagdheid, de overvloed aan
prikkels vanuit tal van media en de resulterende oppervlakkigheid, en
het is duidelijk dat een dagelijkse omgang met God en een diep
doordenken van de Schrift ons niet komen aanwaaien. We zullen als
christenen alles wat God ons aanreikt uit de kast moeten trekken om in
dit spanningsveld in het geloof overeind te blijven. Dat is eerder
gelukt. Zie Hebreeën 11.
J.J.M.
Bol is
voorzitter van de George Whitefield Stichting en lid van een
baptistengemeente.