Het verloren schaap.  Lukas 15:1-10.

Een herder had wel 100 schapen.

De herder was een goede en trouwe herder, die elk schaap en elk lammetje van zijn kudde kende, en lief had. Een paar keer op een dag ging hij de hele kudde door, en liet zijn ogen over ieder schaapje heengaan: zijn ze er allemaal? Is er niets mis met één van de schapen? Steeds lette hij op zijn schapen als ze aan het grazen waren. Om een schaap dat afdwaalde terug te roepen, of een wild dier weg te jagen. Net als David zal hij een slinger gehad hebben, zodat hij de dieren kon laten schrikken. Maar op een dag, als de herder met zijn schapen door een woestijn trekt, raakt er toch een schaap weg. Dom schaap! 

Om juist in die eenzame woestijn, waar bijna nergens water of wat eten te vinden is, af te dwalen! Misschien dacht het dat het ergens wat schaduw zag voor de zon, die zo fel scheen! Wat het ook is, in ieder geval raakt het zijn herder en de rest van de kudde kwijt.

Maar de herder heeft al snel in de gaten dat zijn kudde niet compleet is. Zoals hij vaker doet, laat hij zijn ogen over de hele kudde gaan, en automatisch telt hij weer: 58.. 96..99. Hè?! Is dat waar? Mist er nu een schaap? Hij telt voor de zekerheid nog een keer over, en dan weet hij het zeker: er is één schaap kwijt!

De herder bedenkt zich niet. Hij laat de 99 schapen achter, en gaat op zoek naar zijn verloren schaap. Hij weet dat als hij dat niet snel doet, dat het schaap dan zal sterven; een schaap is niet in staat om zelf de weg te vinden, en bovendien zal het omkomen van de dorst in die hete woestijn! Hoe lang hij ook moet zoeken, hij zal niet rusten voordat hij het gevonden heeft, en het veilig bij de kudde en de herder is. Hij zoekt overal. In en achter de hooiberg.

De andere schapen zoeken ook mee.
Overal en nergens zoeken ze, waar kan dat schaap nu wel niet zijn?
En na een poosje zoeken vindt de herder het dier, hulpeloos ergens in de woestijn. Liefdevol pakt de herder zijn schaapje op, en legt het op zijn schouders, zodat het niet het hele eind nog terug weer hoeft te lopen. Hij is niet boos op het schaap omdat het van hem wegliep.. alleen maar blij, omdat het schaap weer bij hem is.

Thuisgekomen met zijn kudde roept hij zelfs zijn vrienden en zijn buren bij elkaar, om het terugvinden van zijn schaap te vieren: ‘Weest blij met mij,’ zegt de herder, ‘want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was!’

Dat schaap dat kwijt was is misschien wel erg bang geweest, en heeft geblèrd in die droge eenzame woestijn.. en hoopte dat zijn herder hem zou horen... 

‘Ik zeg jullie,’ zo besluit de Here Jezus de gelijkenis aan de mensen om Hem heen, die stil hebben staan luisteren; ‘Ik zeg jullie, dat er zo ook blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over 99 rechtvaardigen die de bekering niet nodig hebben.’

Geloof maar dat het een groot feest was toen de herder het schaap weer gevonden had. Zo is de Here Jezus ook blij als jij je laat vinden.