| Hij was een Jood. Hij, Die droeg mijn zonde Die mij redde van de dood Die mijn pijn droeg in Zijn wonden, zonder klacht, Hij was een Jood. Hij, Die wist van al
mijn zorgen
Die mij tilde uit de nood en Die in een nieuwe morgen, stralend schijnt, Hij was een Jood, Hij, Die
spoedig zal regeren
Die mij licht en leven bood Hem, Die ieder zal vereren als de Koning, was een Jood. Hem, voor Wie men
zich zal buigen,
klein en groot, Die Gods liefde kwam Betuigen, werd geboren, als een Jood. Hij,
Die
alles heeft verdragen,
en ons in Zijn armen sloot, Hij zal zeker van ons vragen, wat wij deden, met de Jood. |
![]() ![]() Christenen voor Israël Stichting Israël en de Bijbel. |