Evangelieverklaring

Verklaring: Het Evangelie van Jezus Christus: een evangelicale viering.

" Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe."                                              (Johannes 3:16)

" Psalmzingt de Here, want Hij heeft grootse dingen gedaan; dit worde bekendgemaakt op de ganse aarde."
                                                                                                                                                   (Jesaja 12:5)

Inleiding

Het Evangelie van Jezus Christus is nieuws, goed nieuws: het beste en belangrijkste nieuws dat een mens te horen kan krijgen.
Dit Evangelie verkondigt dat de verzoenende dood van Jezus Christus, de opgestane Heer, de enige manier is om God in vrede, liefde en vreugde te kennen.
Dit Evangelie is de centrale boodschap van de Bijbel en vormt de ware sleutel om de Bijbel te begrijpen.
Dit Evangelie identificeert Jezus Christus, de Messias van Israël, als de Zoon van God en God de Zoon, de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid, die door zijn menswording, bediening, dood, opstanding en hemelvaart de verlossende wil van de Vader heeft vervuld. Dat Hij zou sterven voor zonden en zou opstaan uit de dood is van tevoren beloofd door de profeten en bevestigd door ooggetuigen. Op Gods eigen tijd en op Gods eigen wijze zal Jezus Christus terugkeren als verheerlijkte Heer en Rechter van allen (1Thess.4:13-18; Matth.25:31-32). Nu geeft Hij de Heilige Geest van de Vader aan allen die werkelijk van Hem zijn. De drie Personen van de Drie-eenheid werken zo samen in het werk van het verlossen van zondaren.
Dit Evangelie toont Jezus Christus als de levende Redder, de Meester, het Leven en de Hoop van iedereen die zijn vertrouwen op Hem stelt. Het zegt ons dat de eeuwige bestemming van alle mensen afhangt van de vraag of ze een relatie van verlossing hebben met Jezus Christus.
Dit Evangelie is het enige Evangelie: er bestaat geen ander; en het veranderen van de inhoud ervan staat gelijk aan het vervormen en zelfs het vernietigen van die inhoud. Dit Evangelie is zo eenvoudig dat kleine kinderen het kunnen begrijpen, en het is zo diepgaand dat zelfs de studies van de meest wijze theologen de rijkdom ervan nooit uitputtend kunnen behandelen.
Alle christenen zijn geroepen tot eenheid in liefde en tot eenheid in waarheid. Als evangelikalen, die hun naam aan het Evangelie zelf ontlenen, vieren we dit geweldige goede nieuws van Gods verlossende werk in Jezus Christus als de werkelijke band van christelijke eenheid, of het nu gaat om de band tussen georganiseerde kerken en denominaties of tussen de vele interkerkelijke samenwerkingsprojecten van christenen met elkaar.
De Bijbel verklaart dat alle mensen die werkelijk vertrouwen op Christus en op zijn Evangelie, door genade zoons en dochters van God zijn en daarom onze broeders en zusters in Christus zijn.
Allen die gerechtvaardigd zijn, ervaren verzoening met de Vader, volledige vergeving van zonden, overgang van het koninkrijk van de duisternis naar het Koninkrijk van het licht, de realiteit een nieuw schepsel in Christus te zijn, en de gemeenschap van de Heilige Geest. Zij hebben toegang tot de Vader, met alle vrede en vreugde die dat met zich meebrengt.
Het Evangelie vereist van alle gelovigen aanbidding, hetgeen betekent: voortdurende lofprijzing en dankzegging jegens God, onderwerping aan alles wat Hij heeft geopenbaard in zijn geschreven Woord, een op gebed gebaseerde afhankelijkheid van Hem, en waakzaamheid, opdat zijn waarheid niet, ook al zou het maar onopzettelijk gebeuren, wordt bezoedeld of afgezwakt.
Het is een voorrecht van de hoogste orde, anderen te vertellen over de vreugde en hoop van dit Evangelie. Het is ook een blijvende verplichting, want de Grote Opdracht van Jezus.
Christus geldt nog steeds: verkondig het Evangelie overal, zei Hij, door te onderwijzen, te dopen en discipelen te maken.
Door de volgende verklaring te onderschrijven verklaren we onze toewijding aan deze opdracht, en daarmee onze trouw aan Christus Zelf, aan het Evangelie zelf, en aan elkaar als gezamenlijke evangelikaal gelovigen.
Het Evangelie
Dit Evangelie van Jezus Christus, dat God toont in de onfeilbare Schriften, combineert Jezus' eigen verkondiging van de huidige realiteit van Gods Koninkrijk met het verslag van de apostelen over de Persoon, de plaats en het werk van Christus, en over hoe dit aan zondige mensen ten goede komt. Het Apostolicum, de historische geloofsbelijdenissen, de belijdenissen van de Reformatie en de leerstellige grondslagen van latere evangelicale groepen, getuigen allemaal van de kern van deze bijbelse boodschap.
Het hart van het Evangelie is dat onze heilige, liefhebbende Schepper, geconfronteerd met menselijke vijandigheid en opstandigheid, er in zijn eigen vrijheid en trouw voor heeft gekozen onze heilige, liefdevolle Verlosser en Hersteller te worden. De Vader heeft de Zoon gestuurd om de Verlosser van de wereld te zijn (1Joh.4:14); door Gods enige Zoon is zijn enige verlossingsplan ten uitvoer gebracht. Daarom verkondigde Petrus: 'En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden' (Hand.4:12). En Christus Zelf leerde: 'Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij' (Joh.14:6).
Het Evangelie geeft ons te kennen dat wij mensen, die gemaakt waren om gemeenschap met God te hebben, van nature - dat wil zeggen: 'in Adam' (1Kor.15:22) - dood zijn in zonde, niet reagerend op en afgescheiden van onze Maker. Voortdurend verdraaien wij zijn waarheid, overtreden wij zijn wetten, bagatelliseren wij zijn doelen en normen, en schenden we zijn heiligheid door onze onheiligheid, zodat we werkelijk 'zonder hoop en zonder God in de wereld zijn' (Rom.1:18-32; 3:9-20; Ef.2:1-3,12). Maar in zijn genade nam God het initiatief ons met Zichzelf te verzoenen door het zondeloze leven en de plaatsvervangende dood van zijn geliefde Zoon (Ef.2:4-10; Rom.3:21-24).
De Vader zond de Zoon om ons te bevrijden van de heerschappij van zonde en van Satan, en om ons kinderen en vrienden van God te maken. Jezus betaalde onze straf in onze plaats aan het kruis. Hij vervulde de vergeldingseisen van Gods gerechtigheid, door zijn bloed als offer te laten vloeien en daardoor rechtvaardiging mogelijk te maken voor iedereen die op Hem vertrouwt (Rom.3:25-26). De Bijbel beschrijft deze geweldige plaatsvervangende handeling als de bewerkstelliging van de verkrijging van een losprijs, verzoening, verlossing, genoegdoening, en de overwinning op boze machten (Matth.20:28; 2Kor.5:18-21; Rom.3:23-25; Joh. 12:31; Kol.2:15). We zijn erdoor verzekerd van een herstelde relatie met God, een relatie die vergeving en vrede voortbrengt, aanvaarding door en toegang tot God, en adoptie in de familie van God (Kol.1:20; 2:13-14; Rom.5:1-2; Gal.4:4-7; 1Petr.3:18). Het geloof in God en in Christus, waartoe het Evangelie ons oproept, is een vertrouwend uitgaan van ons hart om ons deze beloofde en aangereikte privileges eigen te maken.
Verder verkondigt dit Evangelie de lichamelijke opstanding, de hemelvaart en de troonsbestijging van Jezus als bewijs van de kracht van het offer dat Hij eens en voor altijd voor ons heeft gebracht, van de realiteit van zijn huidige persoonlijke bediening voor ons, en van de zekerheid van zijn toekomstige wederkomst om ons in zijn heerlijkheid te doen delen (1Kor.15; Hebr.1:1-4; 2:1-18; 4:14-16; 7:1-10:25). Wanneer gelovigen een leven van geloof leiden op de manier die in het Evangelie wordt beschreven, worden ze verenigd met hun opgestane Heer, hebben ze omgang met Hem, en richten hun blik op Hem, in berouw en met de hoop dat de Heilige Geest hun kracht zal geven, zodat ze voortaan niet zullen zondigen maar Hem waarlijk zullen dienen.
Gods rechtvaardiging van degenen die op Hem vertrouwen, is volgens het Evangelie een beslissende overgang, hier en nu; een overgang van een situatie van veroordeling en toorn vanwege hun zonden, naar een situatie van aanvaarding en gunstbetoon dankzij Jezus' vlekkeloze gehoorzaamheid, die een hoogtepunt bereikte in zijn vrijwillige dood, waarin Hij onze zonden droeg. God 'rechtvaardigt de goddelozen' (Rom.4:5) door hun rechtvaardigheid toe te schrijven (toe te kennen, aan te rekenen, toe te rekenen) en hun niet langer hun zonden aan te rekenen (Rom.4:1-8). Door geloof in Christus alleen ontvangen zondaren 'de gave der gerechtigheid' (Rom.1:17; 5:17; Fil.3:9), en zo worden ze 'gerechtigheid Gods' in Hem die voor hen 'tot zonde gemaakt' werd (2Kor.5:21).
Zoals God aan Christus onze zonden heeft toegerekend, zo heeft Hij in zijn rechtvaardigheid ons in Christus rechtvaardig verklaard. Dit is rechtvaardiging door de toerekening van Christus' rechtvaardige verdienste. Het enige wat wij bijdragen aan de transactie is de behoefte die wij daaraan hebben. Ons geloof in de gevende God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, is zelf de vrucht van Gods genade. Geloof verbindt ons in de verlossing met Jezus, maar aangezien het de erkenning inhoudt dat we zelf niets verdienen, belijden we dat het geen werk van verdienste is.
Het Evangelie verzekert ons ervan dat allen die hun leven aan Jezus Christus hebben toevertrouwd, opnieuw-geboren kinderen van God zijn (Joh.1:12). De Heilige Geest woont in hen, geeft hun kracht en verzekert hen van hun positie en hoop (Rom.7:6, 8:9-17). Vanaf het moment dat we werkelijk in Christus geloven, verklaart de Vader dat we gerechtvaardigd zijn in Hem en begint Hij ons gelijkvormig te maken aan zijn beeld. Oprecht geloof houdt in dat we erkennen dat Jezus Heer is en dat we afhankelijk zijn van Jezus als Heer. Dat geloof komt tot uitdrukking in groeiende gehoorzaamheid aan Gods geboden, al voegt dit niets toe aan de grondslag van onze rechtvaardiging (Jak.2:14-26; Hebr.6:1-12).
Door zijn heiligende genade werkt Christus in ons door het geloof, vernieuwt Hij onze gevallen natuur en leidt Hij ons naar werkelijke volwassenheid, de mate van ontwikkeling die wordt bedoeld met 'volheid van Christus' (Ef.4:13). Het Evangelie roept ons op te leven als gehoorzame dienstknechten van Christus en als zijn afgezanten in de wereld, die rechtvaardig leven, genade en barmhartigheid liefhebben en iedereen die behoeftig is helpen, op die manier proberend te getuigen van het Koninkrijk van Christus. Wanneer de gelovige sterft, neemt Christus hem of haar tot Zich (Fil.1:21) om onvoorstelbare vreugde te ervaren in de onophoudelijke aanbidding van God (Openb.22:1-5).
In de volste betekenis van het woord houdt verlossing in: verlossing van de schuld van zonde in het verleden, van de macht van zonde in het heden, en van de aanwezigheid van zonde in de toekomst. Gelovigen kunnen dus nu reeds iets proeven van de vreugde van verlossing, maar ze wachten nog steeds op de volheid van die verlossing (Marc.14:61-62; Hebr.9:28). Verlossing is een realiteit van de Drie-eenheid, geïnitieerd door de Vader, ten uitvoer gebracht door de Zoon, en toegepast door de Heilige Geest. Verlossing heeft een wereldwijde dimensie, want het is Gods plan gelovigen te verlossen uit elke stam en uit elke taal (Openb.5:9) om zijn Gemeente te zijn, een nieuwe mensheid, het volk van God, het lichaam en de bruid van Christus, en de gemeenschap van de Heilige Geest. Al de erfgenamen van de definitieve verlossing worden hier en nu geroepen om hun Heer en elkaar te dienen in liefde, te delen in het lijden van Jezus, en samen te werken in het bekendmaken van Christus aan de gehele wereld.
Het Evangelie maakt ons duidelijk dat iedereen heeft gezondigd, en dat daarom allen die Christus niet ontvangen, geoordeeld zullen worden op grond van wat ze verdienen, gemeten naar de norm van Gods Wet, en dat hun een eeuwige vergeldingsstraf te wachten staat.
Eenheid in het Evangelie
Christenen wordt opgedragen elkaar lief te hebben, ondanks verschillen in ras, geslacht,
privileges, en sociale, politieke en economische achtergronden (Joh.13:34-35; Gal.3:28-29), en om waar mogelijk eensgezind te zijn (Joh.17:20-21; Fil.2:2; Rom.14:1-15:13). We weten dat onenigheden tussen christenen ons getuigenis in de wereld belemmeren, en het is ons verlangen dat er een groter wederzijds begrip zal zijn en dat we in meer liefde de waarheid zullen spreken. Ook weten we dat we als beheerders van Gods geopenbaarde waarheid geen enkele vorm van leerstellige onverschilligheid of relativisme of pluralisme kunnen aanvaarden waarmee Gods waarheid wordt opgeofferd voor een valse vrede.
Over leerstellige onenigheden moet gediscussieerd worden. Het is waardevol een dialoog te voeren om tot wederzijds begrip te komen en, indien mogelijk, de verschillen te verkleinen. Dat geldt helemaal wanneer wij als expliciet doel belijden: eenheid in fundamentele zaken, vrijheid in secundaire zaken, en in alle dingen liefde voor elkaar.
In de afgelopen alinea's is een poging ondernomen om te formuleren wat naar de mening van evangelikalen van primair en essentieel belang is in het Evangelie. Om tot een nuttige dialoog te komen is het echter niet alleen noodzakelijk dat we een liefdevolle houding hebben in de manier waarop we ons opstellen, maar ook dat we duidelijk zijn in onze formuleringen. Onze uitgebreide analyse van rechtvaardiging uit geloof alleen door Christus alleen, geeft aan dat het onze overtuiging is dat de waarheid van het Evangelie van cruciaal belang is, en dat die niet altijd goed wordt begrepen en op de juiste manier wordt onderschreven. We hebben, uit liefde voor Gods waarheid en de Gemeente van Christus, de kernpunten van wat we hierboven hebben gezegd geprobeerd te verwoorden.