Waar wilt u naar toe?
  Wat zegt de Bijbel over tal van onderwerpen en andere lezenswaardige artikelen.


                                      
                       Een overdenking      
        
 
Waar is God als dingen mis gaan?

"Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad." (Rom. 8:37)

Ik zat te werken in de bibliotheek van de Protestantse Theologische Universiteit van Kampen toen mijn vrouw Loïs mij belde. 'Oscar!', zei ze, 'Winston is overleden!'. Ik schrok hevig. 'Wat is er gebeurd?!'. Winston was de 42-jarige vader van vier zonen van 15, 13, 11 en 9. Onze drie zonen zijn goed bevriend met hun jongste drie, omdat ze ongeveer net zou oud zijn en bij elkaar in de klas zitten. Wat een enorm verdriet. Op donderdagavond kwam Winston gewoon uit zijn werk. Hij was nog omgereden via een andere stad om voor zijn vrouw iets op te halen. Hij ging ‘s avonds naar bed, kreeg in de nacht een hevige astma-aanval en moest met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht. In het ziekenhuis is hij overleden als gevolg van de benauwdheid. In een paar uur tijd van geen vuiltje aan de lucht tot niet meer onder ons. Zijn vrouw van 43 en de vier jongens moeten nu verder zonder hem.

Zowel in mijn denken als in mijn voelen heb ik de eerste dagen na dit overlijden geworsteld met de vraag waarom de Heere dit heeft toegelaten. Waarom, o Heer? Waarom heeft U Winston nu thuisgehaald? Zijn vrouw en kinderen kunnen hem toch niet missen? Winston was een hele gelovige man, die de Heere Jezus van harte liefhad. Hij was enthousiast en trad met iedereen die hij tegenkwam in contact. Hij was vurig van geest en getuigde met zijn hele hart van zijn geloof in Jezus Christus.

Ik werd gevraagd de herdenkingsdienst in Emmeloord te leiden. Wat moet je zeggen ten aanzien van het geloof? Sommigen zullen reageren met: waar is nou die God van liefde? Zijn vrouw had echter Romeinen 8:31-39 uitgekozen om te lezen in deze dienst. Jezus is Overwinnaar, en wij zijn met Hem meer dan overwinnaars.

Het bemoedigende van dit gedeelte is dat Paulus het schrijft vanuit een context van hevige vervolging. Hij spreekt over verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar en het zwaard. In Handelingen lezen we dat Jacobus zomaar met het zwaard wordt omgebracht door koning Herodus. Van het ene op het andere moment was Jacobus, één van de drie meest intieme vrienden van Jezus, er niet meer. Wat een gemis voor de vroege gemeente. Alleen maar door een onrechtvaardige, dwaze daad van een goddeloze koning. Waar was God op dat moment? We weten dat in de eerste eeuwen na Christus velen die de naam van Jezus beleden zijn gediscrimineerd, gevangengezet en gedood. Gezinnen zijn uit elkaar gerukt. Kinderen moesten hun vader missen. Keizer Nero gebruikte christenen als levende fakkels in zijn achtertuin. Hele gezinnen zijn letterlijk voor de leeuwen geworpen en verscheurd voor het oog van een joelende mensenmassa. "Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen" (v. 36). Waar was God op die momenten?

En toch zegt Paulus: IN DIT ALLES zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad. De zegen van God voor ons leven bestaat niet vooral uit voorspoed, dat het mee zit, gezondheid, rijkdom en welvaart hier en nu. Het is geen goed verstaan van het evangelie als we vooral naar de omstandigheden van ons leven kijken en dan zeggen: zie eens hoe God ons heeft gezegend. Dan zul je, bij het wegvallen van bepaalde zegeningen, je afvragen wat er over is van de zegen van God voor jouw leven. Wat Paulus ons laat zien is dat de zegen van God voor ons leven vooral bestaat uit zijn genade over ons in Jezus Christus. En die blijft staan, wat er ook gebeurt. In ieder van ons leven zal er verlies en pijn zijn. Vroeg of laat zullen onze geliefden heengaan en zullen we ook zelf heengaan, onze aardse tent verlaten. Onze gezondheid hier op aarde heeft niet het eeuwige leven en onze goederen vergaan. Tegenslagen en teleurstellingen, en soms zelfs hele moeilijke dingen, zoals het overlijden van Winston, treffen ook kinderen van God. Maar het grote verschil is dat wij weten dat ons leven door Jezus Christus voor tijd en eeuwigheid behouden is. Wat is het heerlijk om te weten dat niets, maar dan ook niets, ons ooit meer zal kunnen scheiden van de liefde van God, zelfs niet de dood. Dwars door lijden, pijn en dood heen zijn wij meer dan overwinnaars. Jezus leeft, en wij met Hem. Dat maakt alles anders. Waar is God als dingen mis gaan? Hij zegent ons in Christus, als het mee zit, als het tegenzit en zelfs als de dood komt. In Christus zijn wij altijd overwinnaars!

Ds. Oscar Lohuis

Wat zegt de Bijbel over.........

Het huwelijk, samenwonen, echtscheiding, hertrouwen.......
De doop.......
Het avondmaal....... 
Toetreding tot de gemeente............
Begraven of cremeren.........
Alles op Zijn tijd..............
New Age. Religie of Leugen.....

Tegenstellingen tussen Gods Woord en New Age.........
Homofilie Wat is ons standpunt?
De bedelingen. Wat is dat?

Lezenszwaardige artikelen

Doelgericht Misleid  (Warren Smith)

De  New-Age implicaties van Doelgericht Leven (pdf)

Terug naar overdenking

Het huwelijk, samenwonen, echtscheiding, hertrouwen.......               

  Middels dit schrijven willen we u inlichten over ons standpunt ten aanzien van het huwelijk, samenwonen, en de problematiek rond echtscheiding en hertrouwen. De meest elementaire gedachten zijn hier sterk samengevat weergegeven. Daarmee geven wij toe dat een en ander nog veel uitleg behoeft. Schroom dus niet om nadere uitleg te vragen. Neem dan contact op met de voorganger of een van de oudsten.  Om over samenwonen, scheiden en hertrouwen te kunnen spreken, moet eerst helder zijn wat het huwelijk is. We baseren ons hiervoor op de Bijbel, Gods openbaring met betrekking tot leer en leven van Christenen.

Het huwelijk is een instelling van God, die helemaal teruggaat op de paradijselijke staat van de mens. Nadat Adam was geformeerd, schiep God Eva en bracht haar tot Adam:“Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn” (Genesis 2:24). God zegent deze eenwording en zegt daarbij: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar” (Genesis 1:28). Om de eenwording en de zegen van het gezin te garanderen en beveiligen, wordt na de zondeval een wettig contract (verbond) tussen man en vrouw gesloten: “De HERE is getuige geweest tussen u en de vrouw uwer jeugd, ..., zij toch is uw ... wettige vrouw” (Maleachi 2:14). Liefde zoekt deze wettige veiligheid om tot bloei te kunnen komen.
Dat maakt het huwelijksverbond mede tot een maatschappelijke aangelegenheid. God heeft de overheid aangesteld om op te komen voor de rechten en plichten van man en vrouw, het gezin en alle verdere sociale verbanden van de enkeling (Genesis 9:1-7; Romeinen 13:1-7; 1 Timotheüs 2:1-2). Vooral kinderen dienen zich ongestoord in gezinsverband te kunnen ontwikkelen.
Van een huwelijk is ons inziens daarom pas sprake, wanneer een man en een vrouw hun wederzijdse liefde in wettelijke afspraken omzetten, en elkaar openlijk, voor God en hun leefwereld, trouw beloven. Een kerkelijke inzegening bekrachtigt slechts wat maatschappelijk, en ook voor God, dan reeds contractueel een feit is. De bewoording ‘boterbriefje’ voor het wettelijke contract is een pijnlijke miskenning van Gods bedoeling met het huwelijk. Ook de gedachte dat een man en een vrouw, ongetrouwd, in Gods ogen al gehuwd zijn omdat zij alles samen doen, samenwonen en seksuele gemeenschap hebben, berust op een misvatting. Op grond van het hierboven uitgelegde wijzen wij het samenwonen als alternatief voor het huwelijk af. Voor het huwelijksverbond tussen man en vrouw bestaat volgens de Schrift geen alternatief.
Omdat God Zelf bij de huwelijkssluiting betrokken is (Hij is Getuige en zegent, zo lazen wij), is scheiden geen optie voor Christenen. Ook als één van beide partners geen Christen is, mag de echtscheiding niet worden gezocht (1 Corinthiërs 7:10-17). Slechts indien er sprake is van overspel kan worden overgegaan tot een wettelijke echtscheiding Mattheus 19:3-9). God heeft daarbuiten de echtscheiding slechts gedoogd wegens “de hardheid uwer harten”, zegt Jezus Mattheus 19:8). Wanneer een huwelijk om een andere reden dan overspel ontbonden wordt, dan moet de situatie werkelijk onleefbaar zijn, en kan het niet anders of die ‘hardheid’ laat grote schade en verdriet na. Elke ‘gemakkelijke scheiding’ is uit den boze.
De Schrift maakt duidelijk dat wegens het verbod op echtscheiding, hertrouwen in principe is uitgesloten. We kunnen zeggen dat dit de hoofdgedachte is. Is iemand toch gescheiden, dan moet deze man of vrouw alleen blijven. De enige uitzondering voor hertrouwen wordt gegeven aan de gedupeerde man of vrouw die door de partner is bedrogen (door overspel).
Hiervan afgeleid is de mogelijkheid tot hertrouwen wanneer een ongelovige partner niet meer met de gelovige wederhelft wenst samen te leven en deze verlaat, of wegstuurt (1 Corinthiërs 7:15). Een Christen is dan vrij tot hertrouwen. In de woorden ‘ongelovige partner’ moeten wij ook lezen: iemand die als Christen door gaat, maar er niet naar leeft; hij of zij verlaat of verstoot de partner terwijl deze laatste het niet wil, en in Christus voor de relatie wil vechten.
Het moge duidelijk zijn dat de problematiek rond echtscheiding en hertrouwen complex is, en dat daarom elke situatie goede geestelijke begeleiding behoeft. Een casualistische benadering moet worden vermeden.
Het zal voor de lezer ook duidelijk zijn dat wij het volledig opnemen voor het Christelijke huwelijk zoals God het bedoeld heeft.
Het huwelijk is het waard om in te investeren, om erdoor gevormd te worden, en om er zo nodig voor te knokken.
Zulke huwelijken, die op de realiteit gebaseerd zijn, en niet op de slappe romantiek van een soapserie, hebben de kerken, en vooral de kinderen van onze generatie, nodig.
Wilt u over dit onderwerp verder praten schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Voor informatie en/of voor een persoonlijk gesprek over deze zaken kunt ons mailen

Naar boven



De doop.


Over de doop nadenken is soms moeilijk. Daarom proberen we u daarbij een betje te helpen. Dat valt voor ons ook niet mee. We weten namelijk niet welke persoonlijke vragen u heeft. Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u altijd nog een persoonlijk gesprek met     de voorganger (of een van de oudsten) aanvragen. We willen in het kort over drie aspecten van de doop spreken: 1. Wat is de doop? 2. Voor wie is de doop? 3. Hoe gaat de doop?


1. Wat is de doop?

Als u de doop overweegt, denkt u niet na over een symbool dat door mensen is ingesteld. De opdracht om te dopen is door de Here Jezus gegeven. Jezus zegt bij het zendingsbevel: "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb" (Mattheüs 28:19). We mogen de doop daarom met recht de "heilige doop" noemen. Gedoopt worden is belangrijk, omdat de Here Jezus de doop heeft ingesteld. Maar waarom heeft God dat zo gewild?
De doop is een symbool dat onze dood en de opstanding met de Here Jezus uitdrukt. De dopeling mag door genade weten dat hij of zij met Hem is gestorven en opgestaan. Daarom symboliseert het doopbad een graf. De apostel Paulus laat daar geen twijfel over bestaan: "Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn?
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood ..." (Romeinen 6:3-4a); "In Hem zijt gij ..., in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt ..." (Kolossensen 2:11-12a). De doopplechtigheid is dus eigenlijk een begrafenis, maar ook een indrukwekkende opstanding, een wonder!
De doop drukt in het bijzonder ook een gebed, en daarmee afhankelijkheid uit. De apostel Petrus schrijft dat de doop "een gebed van een goed geweten tot God" is   (1 Petrus 3:21). De dopeling is een biddend mens geworden en weet zijn geweten door Gods genade gereinigd. Door het verzoenend sterven van de Here Jezus is hem vergeving geschonken, en door Jezus' opstanding ook een nieuwe leven. Hij matigt zich de doop niet aan. De doop is niet op initiatief van hemzelf, maar toont juist dat Gods genade er eerder was.       Of, zoals de apostel Johannes het schrijft: "Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad" (1 Johannes 4:19).

2. Voor wie is de doop?

De doop is voor ieder die "een gebed van een goed geweten tot God" verlangt uit te spreken en God daarvoor de eer wil brengen. Het kan ook anders gezegd worden. De doop is voor ieder die, zoals Mattheüs 28:19 al aangaf, "discipel" wil zijn en wil "leren onderhouden" wat Jezus heeft gezegd. De dopeling belijdt dat de Here Jezus zijn Verlosser is, en dat hij, geheel bewust van zijn eigen onvermogen, Jezus' geboden wil doen.
De doop is geen bewijs van geestelijke status of diepgang. De dopeling leeft dagelijks van Gods genade en vergeving. Wij hebben de genade, en daarmee ook het verbond van God, niet voor het uitdelen. Genade is niet ons bezit, of ons recht. Daarom worden alleen zij gedoopt die dat zelf te kennen geven.  Een ander kan dat niet voor de dopeling beslissen zonder daarmee het genadekarakter van de doop aan te tasten. Wij kiezen geen mensen uit om te dopen, God kiest Zelf, en Zijn keuze blijkt als men van Zijn liefde en genade gaat spreken, en daarin blijft volharden.

3. Hoe gaat de doop?

Wij dopen door de dopeling "in de naam van de Vader, van de Zoon, en van de Heilige Geest" geheel onder te dompelen. Zoals gezegd is het doopbassin als een graf. Om zo dicht mogelijk bij dit oorspronkelijke teken te blijven (en niet omdat het heil daarvan zou afhangen) past het om in diep water onder te gaan en omhoog te komen. De dopeling verdwijnt geheel, want in Christus' dood is de "oude mens" medegekruisigd en begraven.
En hij wordt weer zichtbaar, want in Christus' opstanding verschijnt de "nieuwe mens". Dus in de onderdompeling wordt getuigd van Gods ingrijpende verlossing.    De doop zelf redt niet en is niet heilsnoodzakelijk. Alleen geloof in de Here Jezus als onze Verlosser redt.  Maar de doop door onderdompeling drukt dit heilsfeit, als Gods geschenk aan ons gebeurd, op heerlijke wijze uit.
Als u zich voor de doop aanmeldt, zult u door enkele broeders van de raad bezocht worden. Zij spreken met u over uw geloof in de Here Jezus en willen van u weten of u uit genade naar Gods Woord tracht te leven.
Ook spreken zij met u over onze verantwoordelijkheden ten opzichte van elkaar. Want door de doop wordt u tevens lid van onze gemeente. Tenslotte worden nog enkele praktische afspraken met betrekking tot de doopdienst gemaakt.

We wensen u bij uw verdere overwegingen wijsheid en inzicht toe, en hopen natuurlijk dat u tot de doop besluit.

Naar boven



Het avondmaal

Overwegen om voor het eerst aan het avondmaal deel te nemen vraagt tijd en aandacht. Allerlei gedachten moeten op een rij worden gezet. In deze folder willen we daar met u over meedenken en u helpen. Mocht u na het lezen nog vragen hebben, neemt u dan met de voorganger of één van de oudsten contact op voor een persoonlijk gesprek. Zij zijn bereid om u hierover te woord te staan.


We willen in het kort drie kanten van het avondmaal belichten: 1. Wat is het avondmaal? 2. Wie kan aan het avondmaal deelnemen? 3. Hoe wordt het avondmaal gevierd?

 
1. Wat is het avondmaal?
 
Het avondmaal is niet door mensen bedacht. De Here Jezus heeft het avondmaal ingesteld op de laatste avond die Hij met Zijn leerlingen (discipelen) doorbracht. De volgende dag werd de Here Jezus gevangen genomen, gekruisigd en gedood.

Toen de discipelen en de Heer in een klein zaaltje de Paasmaaltijd vierden, dachten zij terug aan de bevrijding van het joodse volk uit Egypte. Jaarlijks kwamen duizenden joden uit alle windstreken in Jeruzalem samen om dit feest te gedenken. Ook Jezus. Men at dan ongezuurd brood, bittere kruiden in zoete saus, en een stukje van een geslacht lam. Ook ging enkele malen een beker wijn rond. Er werd gezongen, en men vertelde de geschiedenis van de uittocht, dat de joden slaven in Egypte waren geweest, en hoe God wonderen had gedaan en de farao had gedwongen om Zijn volk te laten gaan.
Alle eerstgeboren kinderen waren gestorven, behalve bij de joden die hun deurposten met het bloed van een lam hadden ingestreken. Het waren bittere tijden geweest, en zoete tijden - het Paaslam betekende uitredding. (Exodus 12)
Tijdens de Paasmaaltijd nam Jezus één van de ongezuurde broden, sprak een dankzegging uit, brak het en gaf het aan de anderen door. Daarbij sprak Hij de woorden: “Neemt, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis”.(Mattheüs 26:26; Markus 14:23; Lukas 22:19; 1 Korinthiërs 11:24)

Na de maaltijd nam Jezus een beker, sprak ook daarover een dankzegging uit, en zei: “Drinkt allen daaruit, want dit is het bloed van mijn nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis”. (Mattheüs 26:28; Markus 14:24; Lukas 22:20; 1 Korinthiërs 11:25)
Feitelijk stelt Jezus Zichzelf voor als een Lam dat voor hun zonden werd geslacht. Hij vraagt de discipelen tweemaal om bij de maaltijd aan Zijn dood te blijven denken. De apostel Paulus vat het zo samen: “Zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij komt.”  (1 Korinthiërs 11:26)   Bij het avondmaal staan we dus stil bij de dood van de Here Jezus. Zijn lichaam en bloed werden geofferd voor vergeving van onze zonden. Daarom denken we bij het eten aan Christus’ verbroken lichaam en bij het drinken aan Zijn vergoten bloed – want vergeving van binnen, in ons hart, hebben we nodig.
Brood en wijn zijn niet letterlijk Christus’ lichaam en bloed. Het avondmaal is een verkondiging, zegt Paulus, ter nagedachtenis.


 2. Wie kan aan het avondmaal deelnemen?
 
Toen de Here Jezus de beker liet rondgaan zei Hij “drinkt allen daaruit”. De uitnodiging was tot alle discipelen gericht: tot de impulsieve Petrus, de stugge Thomas, en Jezus reikte zelfs de verraderlijke Judas het brood toe. Laat er geen misverstand over bestaan: de Here Jezus nodigt alle mensen tot Zijn tafel. Ook, of misschien moet ik zeggen: juist hen die minder zeker en zuiver in het leven staan dan de “gezonde” en “fatsoenlijke” burger. Kenmerkend voor Jezus’ gedrag was dat Hij met “zondaren” omging en met hen at. (Lukas 5:27-32; 14:12-14, 21; 15:2) 

Ik denk aan het voorbeeld van Zachéüs, een afperser, die rijk was geworden door te stelen van arme mensen. De Heer nodigde Zichzelf uit om bij hem “intrek te nemen”  -  (Lukas 19:1-10).  Daarop beleed Zachéüs zijn zonden en begon een nieuw leven.
Het avondmaal is bedoeld voor mensen die begrijpen dat zij Gods vergeving nodig hebben, hun zonden belijden, en de Here Jezus willen volgen. Zij die zo samen met ons de dood van de Heer willen verkondigen mogen wij niet van de tafel weren. Het is namelijk niet de tafel van de Baptisten- gemeente, maar de “tafel des Heren”.  (1 Korinthiërs 10:21; 11:21)   Maar wie zo niet komt, en onterecht eet en drinkt,  zonder besef van berouw, doet dat “tot zijn eigen oordeel”.  -  (1 Korinthiërs 11:29) 
God houdt ieder mens zelf verantwoordelijk. Tijdens een avondmaalsdienst, terwijl de tafel gereed staat, doen we daarom een brede oproep om onszelf te onderzoeken, onze zonden te belijden, en op de weg van Christus te blijven wandelen.  Het brood en de wijn zijn ons daarbij dan een tastbare hulp.
De vereiste toetsing van onszelf maakt dat kinderen, die daar niet toe in staat zijn, niet aan het avondmaal kunnen gaan. We hopen dat zij verder in het geloof opgroeien, en op een keer bij de begroeting aan het avondmaal voor de Here Jezus gaan staan. Broeders en zusters uit andere kerken kunnen deelnemen, indien zij onze visie op het avondmaal van harte delen.
 
3. Hoe wordt het avondmaal gevierd?

Wij vieren elke eerste zondagmorgen van de maand het avondmaal. De dienst staat dan in het teken van de vergeving van zonden. We vragen van de gemeente om voorbereid te komen - bijvoorbeeld, leg voor zover mogelijk ruzies van tevoren bij (hoe kun je vergeving vragen, terwijl je zelf nog wrok koestert?).

Na de prediking wordt een ‘open’ uitnodiging gedaan om van het avondmaalsbrood te eten en van de wijn te drinken. Dan volgt een moment van stilte, waarna aan hen die voor het eerst in onze gemeente aan het avondmaal willen deelnemen wordt gevraagd om op te staan en zich voor te stellen.
Daarna lezen we de instellingswoorden van de Heer en laten we de schaal met brood, en de beker met wijn door de zaal rondgaan.

     We hopen dat u zo voldoende bent ingelicht, en natuurlijk hopen wij u bij de tafel van de Here God te begroeten.  We wensen u bij uw overwegingen wijsheid en Gods genade toe. Het avondmaal vieren is een groot voorrecht - een rustpunt bij Christus.  Elke maand weer, want de weg is vaak nog zo lang.


Naar boven


Toetreding tot de gemeente 


Toetreden” tot de gemeente betekent “lid worden”. Misschien wist u dat al, maar we kunnen ons voorstellen dat u daar vragen over heeft. Vragen zoals: wat is “lid worden”, hoe wordt dit onderbouwd vanuit de Schrift, wie kan lid worden, en hoe gaat dat praktisch in zijn werk? Op deze vier vragen willen we nu kort ingaan.
 
1. Wat is “lid worden”?

 De gemeente is geen vereniging.     We worden dus niet lid van de gemeente zoals we lid worden van een sportvereniging of van een vakbond. De gemeente is niet zo maar een organisatie - zij is voor alles een organisme. Paulus vergelijkt de christelijke gemeenschap dan ook met een lichaam. “Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden” (1 Corinthiërs 12:27).
Lid worden betekend dat iemand zich aansluit bij een plaatselijke gemeente omdat hij of zij zich opgenomen weet in de gemeenschap daar, en daarom al bewust deel uitmaakt van het organisme. Je weet je   een ‘voet’, een ‘hand’, of een ‘oog’.     
Lid worden is niet meer dan een formele bekrachtiging van die bestaande relatie.
Men verklaart openlijk mede verantwoordelijkheid te willen dragen voor het welzijn van de gemeenschap. Daarbij zijn inbegrepen de rechten en de plichten zoals die verwoord zijn in de statuten en het huishoudelijk reglement. Wie lid wil worden zal daar eerst goed kennis van moeten nemen.
Enkele voorbeelden van rechten en plichten zijn het stemrecht in de gemeentevergadering, trouw aanwezig willen zijn in de samenkomsten, zich inzetten voor de gemeente, en financieel meedragen in de onkosten.
 
2. Schriftuurlijke onderbouwing van het lidmaatschap.

De apostel Paulus zegt dat wij “leden” zijn van “elkander” (1 Corinthiërs 12:25). We hangen dus niet maar als los zand aan elkaar. We horen als leden van een lichaam bij elkaar. Lidmaatschap plaatsen we in dat Bijbelse verband. Als we volgens de apostel door God Zelf tot leden van een lichaam bij elkaar gevoegd zijn, hoe zouden we dan kunnen ontkennen dat het “lidmaatschap” door God gewild zou zijn? Wie lid wordt van de gemeente belijdt daarmee een betrokken lid van het lichaam te zijn, en erkent ten volle wat de Schrift over het “lid zijn” beweert.

De bijbel gebruikt het beeld van een herder en een kudde. De Here Jezus vergelijkt de gemeente met schapen die de stem van de herder kennen. De herder “roept zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten” (Johannes 10:3). Overgezet naar de gemeente zijn ons de namen van hen die met ons optrekken bekend - dus niet alleen bij God, maar ook bij de oudsten. Zij zijn immers herders van de kudde. Elke gemeente heeft dan ook een lijst met namen, en niemand kan zijn naam daar onbedachtzaam op zetten.
Je moet immers wel schaap van de Goede Herder zijn, trouw achter Hem aan gaan, en honkvast willen zijn. Zo’n lijst met namen is niets minder dan een “ledenlijst”, of hoe u deze ook noemen wilt.

3. Wie kan toetreden?

 De voorwaarden om toe te treden zijn voor de hand liggend. Wie de Here Jezus Christus als Verlosser heeft leren kennen, en op grond van geloof gedoopt is of gedoopt wil worden en blijk geeft van trouw in het navolgen van de Here Jezus, en tenslotte de statuten en de geloofsbelijdenis van de gemeente onderschrijft, kan tot de gemeente toetreden. Het kan daarom nodig zijn dat u zich verdiept in onze geloofsstandpunten.
 
4. Hoe gaat toetreding in zijn werk?

 Vanwege het persoonlijke en gemeenschappelijke karakter van toetreding mag deze niet onopgemerkt gebeuren. Als iemand te kennen heeft gegeven lid te willen worden, wordt hij of zij door enkele van de oudsten bezocht. Daarop wordt dit voornemen uiterlijk twee weken voor de toetreding aan de gemeente kenbaar gemaakt en indien geen gegronde bezwaren worden kenbaar gemaakt, kan men lid worden. Tijdens de dienst kan men zich voorstellen aan de gemeente en wordt ook voor hem of haar gebeden. Na afloop van de dienst is het de gewoonte dat het nieuwe lid door de gemeente met een handdruk welkom wordt geheten.
Met deze folder hopen we u enige duidelijkheid over toetreding tot de gemeente te hebben gegeven. Mocht dit niet volstaan, neem dan gerust contact met één van de oudsten of voorgangers op. We willen u graag verder helpen bij uw overwegingen. Wilt u lid worden, dan kunt u dat het beste aan één van de oudsten of de voorganger van de gemeente doorgeven.
We zien natuurlijk graag uit naar uw toetreding!


Naar boven


De Bijbel over begraven of cremeren    
door ds. W. Glashouwer.

Lezen: Ps. 34:16-23, Ezech. 37.1-14, 1 Cor. 15: 35-58.

De aanleiding tot dit schrijven is het feit, dat ik steeds weer in het pastoraat, mensen tegenkom, die zich afvragen: " Wat moet een christen na zijn dood met zijn lichaam laten doen: begraven of cremeren? Maakt het enig verschil uit - ook voor God? Men hoort in onze tijd steeds meer over crematie. Ook in ons midden zijn er mensen, die reeds besloten hebben, dat zij niet begraven, maar gecremeerd willen worden.

Enkele algemene opvattingen van deze tijd over crematie:
a.    Alle (heidense) volken hebben het altijd gekend.
b.    Het is in deze tijd, waar zoveel mensen sterven en er niet genoeg plaats voor al die graven is, veel beter.
c.    Men zegt, dat het hygiënischer is.
d.    Wat zou het eigenlijk voor verschil uitmaken, of de vernietiging van het lichaam onmiddellijk na de dood plaats vindt of pas na een proces         van zoveel jaren.

Uit dit alles blijkt, dat men de Bijbel niet meer kent, en dat wij ons het woord van de Heer Jezus moeten gaan aantrekken:
“ Gij dwaalt zeer, omdat gij de Schriften niet kent, noch de
kracht Gods.”    (Matth. 22:29.)

Lijkverbranding is heidendom, naar veel teksten uit de Bijbel.


Bij het volk Israël, aan wie God Zijn Woord en wil geopenbaard heeft, kwam lijkverbranding normaliter niet voor. Het werd alleen als bijzondere verzwaring van de doodstraf voor de ergste misdadigers toegepast. De lijken van degenen, die opgehangen werden, mochten ‘s nachts niet blijven hangen; zij moesten begraven worden. Liet men de lijken toch aan de paal hangen, was dat een verzwaring van de straf. Maar het allerergste was het, wanneer de lijken verbrand moesten worden.

Amos 2:1-3: Amos moest namens God het oordeel uitspreken over Moab omdat hij het gebeente van Edoms koning tot kalk verbrand had.
1 Kon. 13:1-6: Jerobeam de 1e  zondigde en deed Gods volk zondigen; hij richtte afgoden altaren op en stelde zelf priesters aan om offers te brengen. Toen het afgodsaltaar klaar was en koning Jerobeam erbij stond om het in te wijden, kwam een man Gods, die een ontzettende profetie over dat altaar moest uitspreken: de beenderen der priesters, die daar offerden, zouden eens op datzelfde altaar verbrand worden. Als teken, dat dat Gods Woord was, zou het altaar scheuren. Op hetzelfde ogenblik scheurde het altaar. De woedende koning.strekte zijn hand uit en zei. “ Grijp die man.” Toen verstijfde de hand van de koning en werd melaats. Doch na het verzoek van de koning aan de man Gods: “Bid voor mij” en het gebed van deze man Gods, genas de hand.
2 Kon. 23:15-18: Vele jaren later vond de grote reformatie van de koning Josia plaats. Hij liet alle altaren afbreken. Toen ging in vervulling, wat de Godsman in 1 Kon.13 had geprofeteerd: de beenderen van de afgodspriesters werden uit de graven gehaald en op het altaar verbrand. Een zeer zware straf van Godswege. Het gebeente van de Godsman bleef onaangeroerd in het graf. Lijkverbranding is in de Bijbel reeds een symbolisch oordeel van God.
Daniël 6: Daniël werd in de leeuwenkuil wonderbaar door God bewaard. Nadat hij op 's konings bevel daaruit werd opgehaald, werd de straf aan zijn vijanden voltrokken. zij werden in de leeuwenkuil geworpen. Zij hadden de grond niet eens geraakt of de leeuwen verscheurden hen en vermorzelden hun beenderen. Een leeuw vermorzelt het gebeente.
Daarom werden de martelaren voor de leeuwen geworpen. De Romeinen wisten heel goed, dat de christenen even veel zorg voor het dode lichaam droegen als de Joden - wij hebben immers dezelfde Bijbel. Daarom was de zwaarste straf voor de christenen: op de brandstapel of voor de leeuwen.

Steeds weer treft ons de grote zorg voor het dode lichaam in de Bijbel.

God heeft het lichaam, met heel zijn samenstelling, op een heel bijzondere manier geschapen. Het lichaam is niet maar iets bijkomstigs, niet slechts stoffelijk omhulsel, maar mag een tempel, van de Heilige Geest zijn (1 Cor.6.19). “ Daarom verheerlijk God met uw lichaam” (1 Cor. 6:13, 20; Rom. 12.1; Phil. 1.20). Na de dood vergaat het vlees, het gebeente blijft bewaard. Dat is Gods voorzienige leiding.

Gen. 50:25. Jozef liet zijn broers kort voor zijn dood beloven, dat zij zijn gebeente naar het beloofde land zouden meenemen.
1 Sam.31: 12,13. Koning Saul wierp zich. in de felle strijd tegen de Filistijnen, in zijn zwaard. Men nam zijn lijk en dat van zijn gesneuvelde zonen en verbrandde ze. Hun gebeente echter verbrandden zij niet, doch begroeven zij.
2 Sam.21. Onder David werd nog het oordeel voltrokken over de nakomelingen van Saul o.a. over de zonen van Rizpa. Als straf bleven de lijken liggen. De moeder droeg grote zorg voor de lijken van haar zoons. Zij legde er doeken overheen en bleef er overdag bij, opdat de vogels er niet bij konden, terwijl zij er ook ‘s nachts over waakte, dat de dieren de lijken niet zouden schenden. Toen David dat hoorde, gaf hij bevel de lijken te begraven. Hij zei er echter bij, dat het gebeente van Saul en Jonathan opgegraven en samen in het graf der vaderen (bij Sauls vader, Kis) moest worden begraven. Weer de zorg voor het gebeente.
Ps. 34:21. God behoedt de beenderen van de rechtvaardige; niet één daarvan zal verbroken worden. Dat woord is bij de Here Jezus, toen Hij aan het Kruis hing, in vervulling gegaan. (Joh.19:32-37).
1 Cor. 15. Begraven betekent niet aan de vernietiging prijsgeven, maar zaaien met het oog op de toekomst. God heeft het zo gewild. Het graf is in de Bijbel de rustplaats voor de dode lichamen de levende geest is bij God.
Hoe gebeurt het bij de opstanding, als toch zoveel doodsbeenderen door elkaar liggen? Zie Ezech.37 Als God spreekt, als Gods Geest door die vallei vol dorre doodsbeenderen gaat waaien, voegt het ene deel zich bij het andere. God laat geen van Zijn werken varen; Hij voltooit ze, ook wat betreft het lichaam.

Crematie is iets totaal anders dan begraven.

Crematie is moedwillige vernietiging van het lichaam, het gebeente inclusief. Bij begraven heeft geen vernietiging, maar verandering plaats. Ook degenen, die, leven bij de wederkomst van Jezus Christus, houden niet hetzelfde lichaam. Zij ontvangen een veranderd, nieuw lichaam, evenals zij, die begraven zijn. Het nieuwe lichaam houdt met het oude verband. De Heer Jezus was in Zijn opstandingslichaam te herkennen geweest, aan de tekenen van de spijkers. Er bestaat verband tussen het gezaaide en opgewekte.

 “Dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid.” (1 Cor.15:53.)

Phil. 3.21. Ons vernederd lichaam zal aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig gemaakt worden. Wij zullen Hem zien gelijk Hij is  - Wij zullen Hem gelijk zijn. ( 1 Joh. 3:2).
Rom. 8:23. Het einde van het verlossingswerk is de verlossing van ons lichaam. D.w.z. de gelijkvormigmaking aan het verheerlijkt lichaam van de Heer Jezus (niet: dat wij van ons lichaam verlost worden als van iets lastigs).
Er is dus een samenhang zoals bij de graankorrel, die, sterft. Uit die bepaalde graankorrel komt die bepaalde halm te voorschijn, uit dat bloemzaadje die speciale bloem. Uit het graf van die bepaalde persoon komt die speciale mens te voorschijn. Wij zullen in de eeuwigheid niet allemaal gelijkvormige wezens zijn. Daar zal een veelvormigheid op een nog veel machtiger wijze zijn, dan zoals wij het in deze schepping kennen.

Het gaat om de vernieuwing, verandering, herschepping ook van ons lichaam.
In het N.T. is er altijd weer de samenhang tussen graf en opstanding: Joh. 5:28,29. Niet in de zin zoals de rabbijnen zich dat destijds voorstelden: als het gebeente er niet meer is zal de mens ook niet opstaan. Daarom was het destijds ook zo'n verschrikkelijke straf, wanneer het gebeente werd verbrand. Dat zegt de Bijbel echter niet. Jezus zegt, dat ook de mannen van Sodom en Gomorra in het gericht zullen opstaan. Sodom was door een, Godsoordeel verbrand met vuur en zwavel. Ook degenen, die in zee zijn omgekomen, een zeemansgraf hebben, zullen opstaan. (Openb. 20:13).

In de kerkgeschiedenis horen we nooit van lijkverbranding.
De grote straf van de heidenen voor de christenen - zo hoorden we reeds - was de brandstapel en de leeuwenkuil. 30 jaren na de dood van Wycliffe, de hervormer vóór Luther, werd het gebeente van deze “ketter” opgegraven en verbrand, als straf. De kerk van alle eeuwen heeft nooit aan crematie gedacht. Pas in de tijd van de vrijdenkerij gaat men denken aan lijkverbranding. Daarom is het zo ontstellend, dat toen de nieuwe wet op de lijkverbranding in de Kamer aanhangig werd gemaakt, er vanuit de Bijbel niet getuigd is, dat het heidendom is, wanneer crematie bij de wet wordt mogelijk gemaakt. Slachtoffers van een atoomoorlog en martelaren, die verbrand werden en worden, zijn slachtoffers. Het wordt hen aangedaan. Crematie daarentegen betekent je eigen lichaam zelf aan de vernietiging prijsgeven. Daarmee sta je persoonlijk schuldig voor God. Dat is gewelddadige aantasting van Gods geheim met ons lichaam, een soort bijzondere voltrekking van het oordeel Gods door mensenhand.

God geve, dat wij niet blijven redeneren en discussiëren: “het doet er toch eigenlijk niets toe.” Leest u dan de volgende Bijbelteksten maar eens biddend: 1 Cor.15; Jes.26:19;.Dan. 12:2; Gen. 50:25; Jer. 16:4; Jes.7:29-33; Deut. 21:22v; Dan. 6:25; 1 Sam.31:11-13;  2 Sam:21:10-14; 1 Kon.13:2,22; Amos 2:1;  2 Kon: 23:15vv;  Lev. 21: 9; Num: 16.35; Ps. 34:21; Mat.10:15; 1 Petr. 3:18-20; Joh. 5.28; Mat. 27:52v; Phil. 3: 20v; Rom. 8:23.

Moet Jezus ook tegen ons zeggen. "Gij dwaalt, omdat gij de Schriften niet kent?" Indien u op dit punt tot nu toe hebt gedwaald en reeds een wilsbeschikking tot crematie hebt gemaakt, overweegt u dan biddend wat God in Zijn Woord over deze dingen zegt. Jezus Christus Zelf is begraven. God heeft Hem uit het graf doen verrijzen. Wij hebben een almachtig God, die Zijn wil in Zijn Woord geopenbaard heeft. Door de opstanding van Jezus Christus heeft Hij ons doen wedergeboren tot een levende hoop.(1 Petr. 1:3,4). Als wij in eigen leven de kracht van Zijn opstanding kennen, zijn wij getroost over hen, die ons zijn voorgegaan. Dan hebben wij goede moed. God zorgt ook, voor hun en ons lichaam, ook door en over het graf heen.

Als de grote dag aanbreekt, waarop wij uit de graven zullen verrijzen, ontvangen wij het verheerlijkte lichaam, waardoor wij Hem gelijk zullen zijn.

“Een ieder, die deze hoop heeft op Hem, reinigt zich, gelijk Hij rein is.” (1 Joh. 3:3.)

Wie naar Gods Woord luistert, het kinderlijk gelooft en het doet, is een eeuwigheidsmens En wordt
beelddrager van Christus.

In uw hoede zijn wij wél geborgen,
en schoon eerlang ‘t oog ons breek',
open gaat het op den grote morgen
na deez' aardse lijdensweek.
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
als w 'onsterfelijk, uit de dood verrezen,
knielen voor uw dankaltaar!
Amen, Jezus, maak het waar!            Gezang 53:3.
Alles op Zijn tijd    door R. Klein Haneveld

    Mozes had het goed begrepen God wilde hem gebruiken als verlosser voor het volk Israël, dat in die dagen zuchtte onder de slavernij in Egypte. Dat besef was nauwelijks tot hem doorgedrongen, of hij ging aan de slag. De Egyptenaren moesten verslagen worden en hij begon aan dat karwei. De eerste de beste moest eraan geloven. Zo had hij nog heel lang kunnen doorgaan...
Mozes' probleem was niet, dat hij Gods plan niet kende, maar dat hij Gods tijd en methode niet goed begreep.
    Als christenen kunnen we in eenzelfde positie verzeild raken. Want we lezen over het komende Rijk van God en we verlangen naar die tijd, dat de aarde vol zal zijn van gerechtigheid en vrede. We lezen dat God met zijn volk over de aarde zal heersen en dat wij zelfs engelen zullen oordelen. Ongeduldig als we zijn, willen we alvast aan de slag.
    De geschiedenis laat zien dat het dikwijls zo gegaan is. In perioden dat grote delen van de bevolking van een land betrokken was bij de christelijke kerk, werd het land beschouwd als een christelijk land. Door middel van wetgeving werden ook niet-christenen gedwongen tot een christelijke levensstijl. Het land werd als het ware gezien als een voorbode, ja als bruggenhoofd van Gods Rijk, dat door de inspanningen van de christenen zou groeien. Door christelijke politiek en allerlei christelijke organisaties zou uiteindelijk alle tegenstand overwonnen worden en Gods rijk zou de aarde vervullen. Dan hoefde Christus alleen nog maar te komen om de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen. Maar wat is eigenlijk God plan? Wat is zijn methode?

Driemaal Goed Nieuws
    In de Bijbel vinden we de boodschappen die God voor de aarde heeft. Sommige daarvan worden aangemerkt als "evangelie", goed nieuws. Andere zijn niet echt goed nieuws. Zo wordt Gods spreken tot Abraham wel aangemerkt als evangelie,(1) maar de woorden van God op de berg Sinaï is een harde boodschap: "Doe dat en leef ”.(2) Een boodschap die door ons zondige hart geen positieve uitwerking heeft.(3)
    In het Nieuwe Testament is sprake van drie 'vormen' waarin het heil geopenbaard wordt. Deze drie heilsboodschappen worden alle aangeduid als "evangelie", maar moeten naar tijd en inhoud van elkaar onderscheiden worden.
    Kort voor de verschijning van de Rechter der wereld laat God op indringende wijze het eeuwige evangelie verkondigen.(4) Bij de verschijning van Jezus zal niemand kunnen zeggen nooit van Hem gehoord te hebben. Dit evangelie doet een beroep op het verstand van de mens, dat God hem gegeven heeft om uit de zintuiglijke waarneming van de schepping de conclusie te trekken, dat er een Schepper is.(5) Het stelt een minimale eis aan de mens, die echter verleid is en wordt om in plaats van de Schepper de schepping of het schepsel te vereren.(6)
    Johannes de Doper en de Heer Jezus zelf verkondigden het evangelie van het Koninkrijk. Dit rijk, met Jeruzalem als wereldhoofdstad, was door de wet en de profeten aangekondigd.(7) Johannes de Doper bereidde de komst van deze Koning door zijn boeteprediking voor. De Zoon van God, Jezus, verkondigde, zij het als de nog verborgen, maar toch al aanwezige Koning, dat de aanvang van dit Koninkrijk zeer nabij was. Ja, in zijn persoon was toen dat koninkrijk midden onder de Joden. De Heer Jezus wendde zich uitdrukkelijk tot Israël en gaf ook zijn discipelen de opdracht om aan Israël deze boodschap van het komende koninkrijk te verkondigen.(8) In dat rijk wenden de heidenen zich tot de Joden om aan het heil deel te krijgen.(9) Dat rijk komt pas, als de Koning uittrekt om alle vijanden te overwinnen.
    De apostelen van Jezus verkondigden in eerste instantie waar zij ook kwamen in de synagogen het evangelie van het Koninkrijk.(10) Maar Paulus was geroepen om het evangelie van Gods genade (11) te prediken aan alle volken.(12) Joden en heidenen worden door dit evangelie, dat Paulus ook wel aanduidt met de woorden: "mijn evangelie",(13)  is een plan, dat eeuwenlang in God verborgen is gebleven, om, aan Joden en heidenen op gelijke wijze het heil aan te bieden, zodat Joden op dezelfde manier behouden worden als heidenen.(14)

Elk evangelie op zijn eigen tijd
    Nu is het voor ons van belang om te weten wat Gods boodschap voor de tegenwoordige tijd is. Het eeuwige evangelie wordt kort voor Jezus’ terugkeer verkondigd.
    Het evangelie van het koninkrijk werd door Johannes de Doper, Jezus en zijn apostelen verkondigd. Maar nadat de Joodse natie ook het getuigenis van de Heilige Geest over Jezus verwierp, en de leidslieden van de Joodse gemeenschappen in de verstrooiing de beslissing van de oudsten en de priesters te Jeruzalem onderschreven, werd deze bediening onderbroken. Het slot van het boek Handelingen concludeert, dat het heil (zij het in een tot dan toe onbekende vorm) voor alle volken bestemd is.(15) Maar in de tijd van Jacobs benauwdheid zal deze boodschap opnieuw verkondigd worden.(16) Het gelovig overblijfsel uit Israël zal zich dan aan deze opdracht wijden en met buitengewone gevolgen dit evangelie van het Koninkrijk verkondigen - geheel naar de oudtestamentische beloften en de woorden van de Heer Zelf. Hele 'volken' zullen tot discipelen gemaakt worden. Dit evangelie heeft tot doel het volk Israël gereed te maken om als Gods boodschapper onder de volken te functioneren (17) om vele volkeren binnen te leiden in Gods Rijk.
    Maar vanaf het moment dat het heil Gods aan de heidenen gezonden werd, wordt het evangelie van de genade wereldwijd bekend gemaakt. Daarbij wordt het heil aangeboden aan Joden en heidenen zonder onderscheid. En ook tussen gelovigen uit de Joden en de gelovigen uit de heidenen is geen onderscheid meer. Niet Jeruzalem is de centrale plaats, maar de persoon van de Heer Jezus Zelf. We mogen in gebed rechtstreeks tot zijn hemelse troon naderen en Hij is aanwezig waar twee of drie personen in zijn Naam samen zijn.
    De Heer Jezus heeft gezegd, dat Hij na zijn dood en opstanding zijn gemeente zou gaan bouwen. Een gemeente van ‘uitgeroepenen’ uit alle volken. Dat deed Hij niet alleen door apostelen en profeten, maar Hij zette daarvoor alle gelovigen in.

Onze opdracht
    Nu we deze verschillende facetten van Gods spreken onderscheiden, kunnen we ook onze eigen opdracht ontdekken. Vandaag de dag bouwt God niet aan zijn koninkrijk op aarde. Dat komt als Hij komt! En dan komt het op de manier die de profeten voorzegden. Maar nu is Hij bezig de gemeente te formeren. Hij is bezig burgers van een rijk in de hemelen te rekruteren, die als vreemdelingen in vijandig gebied zullen leven. Met één doel: doorgeven wat ze ontvangen hebben.
    Als we niet dezelfde vergissing willen begaan als Mozes, geven we niet onze grootste inspanning aan het kerstenen van ons land, maar aan het winnen van mensen voor Jezus. Dat gaat niet het meest effectief door allerlei organisaties, hoewel die voor allerlei praktische zaken handig en noodzakelijk zijn. Het meest effectief is het, als ons leven de kenmerken draagt van dat hemelse rijk, dat toekomstige rijk. Want dat wordt vandaag de dag alleen zichtbaar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap;(18) in kracht, liefde en bezonnenheid door de Heilige Geest.(19)
    Zijn dat de sterkste eigenschappen van ons als christenen?

Aangehaalde Bijbelteksten:
1 Galaten 3:8
2 Galaten 3:12
3 Romeinen 3:20
4 Openbaring 14:6,7
5 Psalm 19:1-6; Romeinen 1: 1 9 vv
6 Romeinen 1:21 vv
7 Bijv. in Psalm 2:6 vv; Jesaja 9:6; Micha 5: 1.
8 Mattheüs 15:24; 10:5
9 Zacharia 8:23
10 Vgl. Handelingen 20:25
11 Handelingen 20:25
12 Handelingen 9:15
13 Romeinen 2:16; 16:25
14 Handelingen 15:11
15 Handelingen 28:28
16 Mattheüs 24:14
17 vgl. Zacharia 8:23
18 Romeinen 14:17
19 2 Timotheüs 12:17

Naar boven

New Age. Religie of leugen.

Waarschijnlijk heb je er wel eens wat van gehoord, hetzij uit tekenfilms, hetzij van milieubewegingen. Vandaag de dag hebben we “New Age-radiostations”, New Age winkels, en ja, zelfs New Age kerken, maar het grootste deel van de verwarring wordt wel veroorzaakt door de New Age Beweging. Allereerst: de New Age Beweging is geen samenspanning of een sekte. Het is een losse collectie van diverse mensen en groepen. Het is een religieuze trend, geen religieuze organisatie. De diversiteit maakt het tamelijk moeilijk om het precies te omschrijven, maar er zijn een aantal leerstelsels die specifiek New Age zijn.

Eèn van deze leerstelsels is het Monisme, het idee dat één beginsel aanneemt ter verklaring van de verschijnselen. Het bewustzijn waarmee je god en de schepping ervaart als één. Er is geen egobesef. Er bestaat niets behalve god. De mens is god met daaraan toegevoegd een tijdelijke naam en vorm. Uiteindelijk zal hij weer volledig opgaan in god, de bron waaruit hij is voortgekomen.
Monisme lijkt erg op het Oosterse Pantheisme (te geloven in de eenheid aller wezens en verschijnselen) en door deze overeenkomsten wordt de New Age Beweging vaak omschreven als een invasie van de Oosterse mystiek in de Westerse beschaving. Echter, de wortels van de New Age Beweging liggen in de Europese filosofie. Wat wij hier zien is niet de adoptie van de Oosterse religie, maar het bankroet gaan van onze eigen cultuur.

Eeuwenlang handhaafden theologen drie bronnen der waarheid: openbaring, traditie en grondslag. Een voor een dankten ze de openbaring af, negeerden ze de traditie en concludeerden dat de grondslag ontoereikend was. Zodoende werd de situatie een beetje beangstigend. Er waren geen bronnen van autoriteit meer over!
Mensen functioneren niet zo goed zonder een of andere bron van autoriteit, gezag, een soort van bron van hoop. Omdat ze nergens meer naar toe konden gingen westerse filosofen hun hoop vestigen op irrationele ideeën als Monisme, gelovend dat de problemen en het gebrek aan de samenhang van het leven meer ogenschijnlijk dan echt waren en dat deze problemen konden worden opgelost op zo'n diepgaand niveau die we niet echt kunnen bevatten. Deze ideeën leverden de echte bodem voor de New Age Beweging. In feite dus ontstaan omdat westerse filosofen geen antwoorden meer hadden.

In principe is het volgende er dus over te zeggen: de New Age Beweging leert dingen die nergens op slaan. Hun leer doet geweld aan de Schrift, traditie en grondslag. De aanhangers zijn mensen die wanhopig op zoek zijn naar hoop en zekerheid in een wereld die erg verwarrend lijkt. Zij hebben het idee opgevat dat we geen zekere bron van autoriteit hebben, en doen een poging om antwoorden te vinden in gewaarwordingen en irrationele ideeën.

Naar boven

Tegenstellingen tussen New Age (Pseudo-spiritualiteit) en Christendom (De Bijbel-Gods Woord)

Pseudo-spiritualiteit
(New Age)
Christendom                              
1  Het Zelf centraal  Jezus Christus centraal Filippenzen 3: 8
2  Gebaseerd op ervaring  Gebaseerd op gehoorzaamheid 1 Petrus 1:2
3  God is te vinden in álles wat geschapen is       God is Schepper, apart van zijn Schepping  Psalm 113:5-6
4  God is alleen maar geest, een geestelijk principe         God is een Persoon Exodus 3:14
5  Het universum is het resultaat van een Evolutie         Het universum is geschapen en wordt onderhouden door God Genesis1:1
6  Alles is goddelijk, zowel het goede als het kwade        God is goed  Psalm 119:6-8
7  Er is maar één goddelijk idee, en alle wegen leiden daarheen  Er is maar één God, en alleen Jezus Christus leidt naar Hem Johannes 14:6
8  Reïncarnatie         Alleen dit ene aardse leven Hebreën 9:27
9  Spiritualiteit die de mens trots en hoogmoedig maakt         Spiritualiteit die de mens nederig maakt Mattheüs 18:4
10  Referentiekader: gevoelens        Referentiekader: de Bijbel 2 Timotheus 3:16
11  Meditatie: je verstand loslaten         Geloof: je verstand gebruiken Psalm 1:2
12  De geest van de satan        De Heilige Geest van God  1 Corinthe 2:12
13  Wonderlijke tekenen tot eer van de mens die deze bewerkt        Wonderlijke tekenen tot eer van God  Marcus 2:12
14   Zoekt en gebruikt occulte machten en krachten
(Deut.18: 9-13)       
Zoekt en gebruikt kennis van God en Zijn Woord  Johannes 7:17
15  Gebondenheid onder satan (Lucas 13: 16).        Vrijheid in Christus  Galaten 5:1
16   Angst         Echte liefde 1 Corinthe 13:4-7
17   Wij kunnen God in eigen kracht bereiken. God moet ons tegemoet komen Efeze 2:8-9
18 De mens heeft een hogere, goddelijke natuur.  De gevallen mens heeft een zondige natuur Romeinen 3:23
19 Zonde wordt geaccepteerd Zonde wordt vergeven Marcus 1:14-15
20 In geestelijk opzicht dood   In geestelijk opzicht opnieuw geboren Johannes 3:16

Naar boven

Homofilie. Wat is ons standpunt?

We willen duidelijk een scheiding maken tussen homofilie en homoseksualiteit. Homofilie zegt iets over de geaardheid, homoseksualiteit betreft homoseksuele uitingen. Homoseksualiteit keuren we af op grond van de Bijbel.

Waarom hebben wij deze mening?

Omdat homofilie een gevoel is dat niet door mensen weg te nemen is, maken wij dit onderscheid. In de Bijbel lezen wij dat het praktiseren van homofilie, de homoseksualiteit, niet mag. Dit kunnen we bijvoorbeeld lezen in Leviticus 20:13 “Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, – beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.”  Hiermee wordt aangegeven dat homoseksuele uitingen tegen de wil van God ingaan. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor lesbische uitingen.
Het spreekt voor zich dat de we dus ook tegen het homo-huwelijk zijn. Deze verbintenis is de gelijkstelling tussen paren van hetzelfde geslacht en relaties van een man en een vrouw.
Het huwelijk is geen instelling van menselijk recht maar een instelling van God. God heeft de man en vrouw voor elkaar geschapen. Het huwelijk tussen één man en één vrouw is door God ingesteld. In Genesis 2: 18 en 24 lezen we: "En de HERE God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past. ........ Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn."

Romeinen 1:18 -32
“Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven.”

Is het niet enorm hard om homofilie wel te accepteren maar homoseksualiteit niet?

Nee, mensen met homofiele gevoelens hebben in deze wereld een zwaar kruis te dragen. Bijbels gezien mogen zij niet toegeven aan die gevoelens. Als zij dat kunnen doen met instemming van het Bijbelse verbod en onder gebed om Gods hulp hierin dan zal de last lichter zijn om te dragen.

Is homofilie een ziekte?

Nee, het is een gevoel waar mensen niets aan kunnen doen, een geaardheid. Nooit mag gesteld worden dat het een ziekte is. Al is het zoals hierboven beschreven wel een last die meegedragen moet worden.


Naar boven



De Bedelingen

De Bijbel verdeeld de tijd in delen, met een ouderwets woord "bedelingen" genoemd. Elke bedeling heeft een kenmerkend begin:
(ver)nieuwd handelen van God met de mens. Tevens is er een kenmerkend einde: oordeel over de mens, vanwege het niet naleven van het
verbond met God.

   de bedeling van de Onschuld (Gen. 2:7 - Gen. 3). De periode van de schepping van Adam tot de Zondeval;
   de bedeling van het Geweten (Gen. 4 - Gen. 8). Van de Zondeval tot de Zondvloed;
   de bedeling van het Menselijk bestuur (Gen. 9 - Gen. 11:9). Van de Zondvloed tot de spraakverwarring van Babel;
   de bedeling van de Belofte (Gen. 12 - Exod. 1). Van de roeping van Abram tot de Slavernij in Egypte. Deze slavernij werd
   veroorzaakt doordat men niet in het beloofde land bleef maar naar "de vleespotten van Egypte" ging;
   de bedeling van de Wet (Exod. 19 - Luk. 21:24). Rom. 10:4 "Want Christus is het einde van de wet"
   de bedeling van de Genade (Luk. 23:33-48). Deze bedeling is nog steeds niet afgelopen maar eindigt zodra de Gemeente
   weggenomen wordt van de Aarde (1 Thes. 4:15-18);
   het Duizendjarig rijk (Openb. 20:1-6). Daarna volgt de Eeuwigheid (nieuwe hemel en aarde): Openb. 21vv.

De Bijbel heeft een duidelijke boodschap: God houdt van de mensheid, maar de mensen meestal niet van Hem. God maakte de aarde,
waarop de mensen als "kroon op de schepping" mochten leven. Hij gaf de mensen de opdracht de aarde te bewaren, er over te heersen.
Toch hebben de mensen dat niet op de juiste manier gedaan en gingen "hun eigen weg". God moet hierop vervolgens wel handelend
(oordelend) optreden: de mensen hebben de gemaakte 'afspraken' immers verbroken? Nadat het keer op keer 'mis' gaat geeft God
uiteindelijk Zichzelf aan de mensen, in de Persoon van Zijn Enige Zoon: de Messias (= redder) Jezus.

Jezus wordt eveneens niet door de mensheid geaccepteerd en sterft vervolgens aan "het hout". Hij hing, als een vervloekte, tussen hemel
en aarde.... hij, Jezus, overwon de dood: Hij stond namelijk na 3 dagen in het graf te zijn geweest weer op! Hiervan zijn vele getuigen
geweest, zodat aan dit historisch feit niet getwijfeld moet worden.

Jezus heeft, door Zijn dood en opstanding, de Weg naar God voor de mensheid weer geopend. Ieder die in Hem, Jezus, gelooft, z l
namelijk, volgens de Bijbel, het Eeuwige leven ontvangen! (Zie ook Johannes 3:16).

Naar boven