Waar is God als dingen mis gaan?
"
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad." (Rom. 8:37)
Ik zat te werken in de bibliotheek van de Protestantse Theologische
Universiteit van Kampen toen mijn vrouw Loïs mij belde. 'Oscar!', zei
ze, 'Winston is overleden!'. Ik schrok hevig. 'Wat is er gebeurd?!'.
Winston was de 42-jarige vader van vier zonen van 15, 13, 11 en 9. Onze
drie zonen zijn goed bevriend met hun jongste drie, omdat ze ongeveer
net zou oud zijn en bij elkaar in de klas zitten. Wat een enorm
verdriet. Op donderdagavond kwam Winston gewoon uit zijn werk. Hij was
nog omgereden via een andere stad om voor zijn vrouw iets op te halen.
Hij ging ‘s avonds naar bed, kreeg in de nacht een hevige astma-aanval
en moest met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht. In het
ziekenhuis is hij overleden als gevolg van de benauwdheid. In een paar
uur tijd van geen vuiltje aan de lucht tot niet meer onder ons. Zijn
vrouw van 43 en de vier jongens moeten nu verder zonder hem.
Zowel in mijn denken als in mijn voelen heb ik de eerste dagen na dit
overlijden geworsteld met de vraag waarom de Heere dit heeft
toegelaten. Waarom, o Heer? Waarom heeft U Winston nu thuisgehaald?
Zijn vrouw en kinderen kunnen hem toch niet missen? Winston was een
hele gelovige man, die de Heere Jezus van harte liefhad. Hij was
enthousiast en trad met iedereen die hij tegenkwam in contact. Hij was
vurig van geest en getuigde met zijn hele hart van zijn geloof in
Jezus Christus.
Ik werd gevraagd de herdenkingsdienst in Emmeloord te leiden. Wat moet
je zeggen ten aanzien van het geloof? Sommigen zullen reageren met:
waar is nou die God van liefde? Zijn vrouw had echter Romeinen 8:31-39
uitgekozen om te lezen in deze dienst. Jezus is Overwinnaar, en wij
zijn met Hem meer dan overwinnaars.
Het bemoedigende van dit gedeelte is dat Paulus het schrijft vanuit een
context van hevige vervolging. Hij spreekt over verdrukking,
benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar en het zwaard. In
Handelingen lezen we dat Jacobus zomaar met het zwaard wordt omgebracht
door koning Herodus. Van het ene op het andere moment was Jacobus, één
van de drie meest intieme vrienden van Jezus, er niet meer. Wat een
gemis voor de vroege gemeente. Alleen maar door een onrechtvaardige,
dwaze daad van een goddeloze koning. Waar was God op dat moment? We
weten dat in de eerste eeuwen na Christus velen die de naam van Jezus
beleden zijn gediscrimineerd, gevangengezet en gedood. Gezinnen zijn
uit elkaar gerukt. Kinderen moesten hun vader missen. Keizer Nero
gebruikte christenen als levende fakkels in zijn achtertuin. Hele
gezinnen zijn letterlijk voor de leeuwen geworpen en verscheurd voor
het oog van een joelende mensenmassa. "Om Uwentwil worden wij de ganse
dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen" (v. 36). Waar was God
op die momenten?
En toch zegt Paulus: IN DIT ALLES zijn wij meer dan overwinnaars, door
Hem die ons heeft liefgehad. De zegen van God voor ons leven bestaat
niet vooral uit voorspoed, dat het mee zit, gezondheid, rijkdom en
welvaart hier en nu. Het is geen goed verstaan van het evangelie als we
vooral naar de omstandigheden van ons leven kijken en dan zeggen: zie
eens hoe God ons heeft gezegend. Dan zul je, bij het wegvallen van
bepaalde zegeningen, je afvragen wat er over is van de zegen van God
voor jouw leven. Wat Paulus ons laat zien is dat de zegen van God voor
ons leven vooral bestaat uit zijn genade over ons in Jezus Christus. En
die blijft staan, wat er ook gebeurt. In ieder van ons leven zal er
verlies en pijn zijn. Vroeg of laat zullen onze geliefden heengaan en
zullen we ook zelf heengaan, onze aardse tent verlaten. Onze gezondheid
hier op aarde heeft niet het eeuwige leven en onze goederen vergaan.
Tegenslagen en teleurstellingen, en soms zelfs hele moeilijke dingen,
zoals het overlijden van Winston, treffen ook kinderen van God. Maar
het grote verschil is dat wij weten dat ons leven door Jezus Christus
voor tijd en eeuwigheid behouden is. Wat is het heerlijk om te weten
dat niets, maar dan ook niets, ons ooit meer zal kunnen scheiden van de
liefde van God, zelfs niet de dood. Dwars door lijden, pijn en dood
heen zijn wij meer dan overwinnaars. Jezus leeft, en wij met Hem. Dat
maakt alles anders. Waar is God als dingen mis gaan? Hij zegent ons in
Christus, als het mee zit, als het tegenzit en zelfs als de dood komt.
In Christus zijn wij altijd overwinnaars!
Ds. Oscar Lohuis
Terug
naar overdenking
Het
huwelijk, samenwonen, echtscheiding,
hertrouwen.......
Middels dit
schrijven
willen we u inlichten over ons
standpunt ten aanzien van het huwelijk, samenwonen, en de problematiek
rond echtscheiding en hertrouwen. De meest elementaire gedachten zijn
hier sterk samengevat weergegeven. Daarmee geven wij toe dat een en
ander nog veel uitleg behoeft. Schroom dus niet om nadere uitleg te
vragen. Neem dan contact op met de voorganger of een van de
oudsten. Om over samenwonen, scheiden en hertrouwen te kunnen
spreken, moet eerst helder zijn wat het huwelijk is. We baseren ons
hiervoor op de Bijbel, Gods openbaring met betrekking tot leer en leven
van Christenen.
Het
huwelijk is een instelling van God, die helemaal teruggaat op de
paradijselijke staat van de mens. Nadat Adam was geformeerd, schiep God
Eva en bracht haar tot Adam:“Daarom zal een man zijn vader en
zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot
één vlees zijn” (Genesis 2:24). God
zegent deze
eenwording en zegt daarbij: “Weest vruchtbaar en wordt
talrijk;
vervult de aarde en onderwerpt haar” (Genesis 1:28). Om de
eenwording en de zegen van het gezin te garanderen en beveiligen, wordt
na de zondeval een wettig contract (verbond) tussen man en vrouw
gesloten: “De HERE is getuige geweest tussen u en de vrouw
uwer
jeugd, ..., zij toch is uw ... wettige vrouw” (Maleachi
2:14).
Liefde zoekt deze wettige veiligheid om tot bloei te kunnen komen.
Dat
maakt het huwelijksverbond mede tot een maatschappelijke
aangelegenheid. God heeft de overheid aangesteld om op te komen voor de
rechten en plichten van man en vrouw, het gezin en alle verdere sociale
verbanden van de enkeling (Genesis 9:1-7; Romeinen 13:1-7; 1
Timotheüs 2:1-2). Vooral kinderen dienen zich ongestoord in
gezinsverband te kunnen ontwikkelen.
Van
een huwelijk is ons inziens daarom pas sprake, wanneer een man en
een vrouw hun wederzijdse liefde in wettelijke afspraken omzetten, en
elkaar openlijk, voor God en hun leefwereld, trouw beloven. Een
kerkelijke inzegening bekrachtigt slechts wat maatschappelijk, en ook
voor God, dan reeds contractueel een feit is. De bewoording
‘boterbriefje’ voor het wettelijke contract is een
pijnlijke miskenning van Gods bedoeling met het huwelijk. Ook de
gedachte dat een man en een vrouw, ongetrouwd, in Gods ogen al gehuwd
zijn omdat zij alles samen doen, samenwonen en seksuele gemeenschap
hebben, berust op een misvatting. Op grond van het hierboven uitgelegde
wijzen wij het samenwonen als alternatief voor het huwelijk af. Voor
het huwelijksverbond tussen man en vrouw bestaat volgens de Schrift
geen alternatief.
Omdat
God Zelf bij de huwelijkssluiting betrokken is (Hij is Getuige en
zegent, zo lazen wij), is scheiden geen optie voor Christenen. Ook als
één van beide partners geen Christen is, mag de
echtscheiding niet worden gezocht (1 Corinthiërs 7:10-17).
Slechts
indien er sprake is van overspel kan worden overgegaan tot een
wettelijke echtscheiding Mattheus 19:3-9). God heeft daarbuiten de
echtscheiding slechts gedoogd wegens “de hardheid uwer
harten”, zegt Jezus Mattheus 19:8). Wanneer een huwelijk om
een
andere reden dan overspel ontbonden wordt, dan moet de situatie
werkelijk onleefbaar zijn, en kan het niet anders of die
‘hardheid’ laat grote schade en verdriet na. Elke
‘gemakkelijke scheiding’ is uit den boze.
De
Schrift maakt duidelijk dat wegens het verbod op echtscheiding,
hertrouwen in principe is uitgesloten. We kunnen zeggen dat dit de
hoofdgedachte is. Is iemand toch gescheiden, dan moet deze man of vrouw
alleen blijven. De enige uitzondering voor hertrouwen wordt gegeven aan
de gedupeerde man of vrouw die door de partner is bedrogen (door
overspel).
Hiervan
afgeleid is de mogelijkheid tot hertrouwen wanneer een
ongelovige partner niet meer met de gelovige wederhelft wenst samen te
leven en deze verlaat, of wegstuurt (1 Corinthiërs 7:15). Een
Christen is dan vrij tot hertrouwen. In de woorden
‘ongelovige
partner’ moeten wij ook lezen: iemand die als Christen door
gaat,
maar er niet naar leeft; hij of zij verlaat of verstoot de partner
terwijl deze laatste het niet wil, en in Christus voor de relatie wil
vechten.
Het
moge duidelijk zijn dat de problematiek rond echtscheiding en
hertrouwen complex is, en dat daarom elke situatie goede geestelijke
begeleiding behoeft. Een casualistische benadering moet worden
vermeden.
Het
zal voor de lezer ook duidelijk zijn dat wij het volledig opnemen
voor het Christelijke huwelijk zoals God het bedoeld heeft.
Het
huwelijk is het waard om in te investeren, om erdoor gevormd te
worden, en om er zo nodig voor te knokken.
Zulke
huwelijken, die op de realiteit gebaseerd zijn, en niet op de
slappe romantiek van een soapserie, hebben de kerken, en vooral de
kinderen van onze generatie, nodig.
Wilt
u over dit onderwerp verder praten schroom dan niet om contact met
ons op te nemen. Voor informatie en/of voor een persoonlijk gesprek
over deze zaken kunt ons mailen
Naar
boven
De
doop.
Over de doop nadenken is soms moeilijk. Daarom proberen we u daarbij
een betje te helpen. Dat valt voor ons ook niet mee. We weten namelijk
niet welke persoonlijke vragen u heeft. Mocht u na het lezen van deze
folder nog vragen hebben, dan kunt u altijd nog een persoonlijk gesprek
met de voorganger (of een van
de oudsten)
aanvragen. We willen in het kort over drie aspecten van de doop
spreken: 1. Wat is de doop? 2. Voor wie is de doop? 3. Hoe gaat de doop?
1.
Wat
is de doop?
Als
u de doop
overweegt, denkt u niet na over een symbool dat door
mensen is ingesteld. De opdracht om te dopen is door de Here Jezus
gegeven. Jezus zegt bij het zendingsbevel: "Gaat dan henen, maakt al de
volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des
Zoons en des Heiligen Geestes, en leert hen onderhouden al wat Ik u
bevolen heb" (Mattheüs 28:19). We mogen de doop daarom met
recht
de "heilige doop" noemen. Gedoopt worden is belangrijk, omdat de Here
Jezus de doop heeft ingesteld. Maar waarom heeft God dat zo gewild?
De
doop is een symbool dat onze dood en de opstanding met de Here Jezus
uitdrukt. De dopeling mag door genade weten dat hij of zij met Hem is
gestorven en opgestaan. Daarom symboliseert het doopbad een graf. De
apostel Paulus laat daar geen twijfel over bestaan: "Of weet gij niet,
dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt
zijn?
Wij
zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood ..." (Romeinen
6:3-4a); "In Hem zijt gij ..., in de besnijdenis van Christus, daar gij
met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt
..." (Kolossensen 2:11-12a). De doopplechtigheid is dus eigenlijk een
begrafenis, maar ook een indrukwekkende opstanding, een wonder!
De
doop drukt in het bijzonder ook een gebed, en daarmee
afhankelijkheid uit. De apostel Petrus schrijft dat de doop "een gebed
van een goed geweten tot God" is (1 Petrus 3:21).
De
dopeling is een biddend mens geworden en weet zijn geweten door Gods
genade gereinigd. Door het verzoenend sterven van de Here Jezus is hem
vergeving geschonken, en door Jezus' opstanding ook een nieuwe leven.
Hij matigt zich de doop niet aan. De doop is niet op initiatief van
hemzelf, maar toont juist dat Gods genade er eerder
was. Of,
zoals de apostel Johannes
het schrijft: "Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad" (1
Johannes 4:19).
2.
Voor
wie is de doop?
De
doop is voor
ieder
die "een gebed van een goed geweten tot God"
verlangt uit te spreken en God daarvoor de eer wil brengen. Het kan ook
anders gezegd worden. De doop is voor ieder die, zoals
Mattheüs
28:19 al aangaf, "discipel" wil zijn en wil "leren onderhouden" wat
Jezus heeft gezegd. De dopeling belijdt dat de Here Jezus zijn
Verlosser is, en dat hij, geheel bewust van zijn eigen onvermogen,
Jezus' geboden wil doen.
De
doop is geen bewijs van geestelijke status of diepgang. De dopeling
leeft dagelijks van Gods genade en vergeving. Wij hebben de genade, en
daarmee ook het verbond van God, niet voor het uitdelen. Genade is niet
ons bezit, of ons recht. Daarom worden alleen zij gedoopt die dat zelf
te kennen geven. Een ander kan dat niet voor de dopeling
beslissen zonder daarmee het genadekarakter van de doop aan te tasten.
Wij kiezen geen mensen uit om te dopen, God kiest Zelf, en Zijn keuze
blijkt als men van Zijn liefde en genade gaat spreken, en daarin blijft
volharden.
3.
Hoe
gaat de doop?
Wij
dopen door de
dopeling "in de naam van de Vader, van de Zoon, en
van de Heilige Geest" geheel onder te dompelen. Zoals gezegd is het
doopbassin als een graf. Om zo dicht mogelijk bij dit oorspronkelijke
teken te blijven (en niet omdat het heil daarvan zou afhangen) past het
om in diep water onder te gaan en omhoog te komen. De dopeling
verdwijnt geheel, want in Christus' dood is de "oude mens"
medegekruisigd en begraven.
En
hij wordt weer zichtbaar, want in Christus' opstanding verschijnt
de "nieuwe mens". Dus in de onderdompeling wordt getuigd van Gods
ingrijpende verlossing. De doop zelf redt
niet en is
niet heilsnoodzakelijk. Alleen geloof in de Here Jezus als onze
Verlosser redt. Maar de doop door onderdompeling drukt dit
heilsfeit, als Gods geschenk aan ons gebeurd, op heerlijke wijze uit.
Als
u zich voor de doop aanmeldt, zult u door enkele broeders van de
raad bezocht worden. Zij spreken met u over uw geloof in de Here Jezus
en willen van u weten of u uit genade naar Gods Woord tracht te leven.
Ook
spreken zij met u over onze verantwoordelijkheden ten opzichte van
elkaar. Want door de doop wordt u tevens lid van onze gemeente.
Tenslotte worden nog enkele praktische afspraken met betrekking tot de
doopdienst gemaakt.
We
wensen u bij uw verdere overwegingen wijsheid en inzicht toe, en
hopen natuurlijk dat u tot de doop besluit.
Naar
boven
Het
avondmaal
Overwegen om voor het eerst aan het
avondmaal deel te nemen
vraagt tijd en aandacht. Allerlei gedachten moeten op een rij worden
gezet. In deze folder willen we daar met u over meedenken en u helpen.
Mocht u na het lezen nog vragen hebben, neemt u dan met de voorganger
of één van de oudsten contact op voor een
persoonlijk
gesprek. Zij zijn bereid om u hierover te woord te staan.
We
willen in het kort drie kanten van het avondmaal belichten: 1. Wat
is het avondmaal? 2. Wie kan aan het avondmaal deelnemen? 3. Hoe wordt
het avondmaal gevierd?
1. Wat
is het avondmaal?
Het avondmaal is niet door
mensen bedacht. De
Here Jezus heeft het avondmaal ingesteld op de laatste avond die Hij
met Zijn leerlingen (discipelen) doorbracht. De volgende dag werd de
Here Jezus gevangen genomen, gekruisigd en gedood.
Toen
de discipelen en de Heer in een klein zaaltje de Paasmaaltijd
vierden, dachten zij terug aan de bevrijding van het joodse volk uit
Egypte. Jaarlijks kwamen duizenden joden uit alle windstreken in
Jeruzalem samen om dit feest te gedenken. Ook Jezus. Men at dan
ongezuurd brood, bittere kruiden in zoete saus, en een stukje van een
geslacht lam. Ook ging enkele malen een beker wijn rond. Er werd
gezongen, en men vertelde de geschiedenis van de uittocht, dat de joden
slaven in Egypte waren geweest, en hoe God wonderen had gedaan en de
farao had gedwongen om Zijn volk te laten gaan.
Alle
eerstgeboren kinderen waren gestorven, behalve bij de joden die
hun deurposten met het bloed van een lam hadden ingestreken. Het waren
bittere tijden geweest, en zoete tijden - het Paaslam betekende
uitredding. (Exodus 12)
Tijdens
de Paasmaaltijd nam Jezus één van de ongezuurde
broden, sprak een dankzegging uit, brak het en gaf het aan de anderen
door. Daarbij sprak Hij de woorden: “Neemt, eet, dit is Mijn
lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn
gedachtenis”.(Mattheüs
26:26; Markus 14:23; Lukas
22:19; 1 Korinthiërs 11:24)
Na
de maaltijd nam Jezus een beker, sprak ook daarover een dankzegging
uit, en zei: “Drinkt allen daaruit, want dit is het bloed van
mijn nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van
zonden; doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn
gedachtenis”. (Mattheüs 26:28; Markus 14:24;
Lukas 22:20; 1 Korinthiërs 11:25)
Feitelijk
stelt Jezus Zichzelf voor als een Lam dat voor hun zonden
werd geslacht. Hij vraagt de discipelen tweemaal om bij de maaltijd aan
Zijn dood te blijven denken. De apostel Paulus vat het zo samen:
“Zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt
gij
de dood des Heren totdat Hij komt.” (1
Korinthiërs 11:26) Bij het avondmaal staan
we dus stil
bij de dood van de Here Jezus. Zijn lichaam en bloed werden geofferd
voor vergeving van onze zonden. Daarom denken we bij het eten aan
Christus’ verbroken lichaam en bij het drinken aan Zijn
vergoten
bloed – want vergeving van binnen, in ons hart, hebben we
nodig.
Brood
en wijn zijn niet letterlijk Christus’ lichaam en bloed.
Het avondmaal is een verkondiging, zegt Paulus, ter nagedachtenis.
2.
Wie
kan aan het avondmaal deelnemen?
Toen de Here Jezus de beker
liet rondgaan zei Hij “drinkt
allen daaruit”. De uitnodiging was tot alle discipelen
gericht:
tot de impulsieve Petrus, de stugge Thomas, en Jezus reikte zelfs de
verraderlijke Judas het brood toe. Laat er geen misverstand over
bestaan: de Here Jezus nodigt alle mensen tot Zijn tafel. Ook, of
misschien moet ik zeggen: juist hen die minder zeker en zuiver in het
leven staan dan de “gezonde” en
“fatsoenlijke”
burger. Kenmerkend voor Jezus’ gedrag was dat Hij met
“zondaren” omging en met hen at. (Lukas
5:27-32; 14:12-14, 21; 15:2)
Ik
denk aan het voorbeeld van Zachéüs, een afperser,
die
rijk was geworden door te stelen van arme mensen. De Heer nodigde
Zichzelf uit om bij hem “intrek te nemen”
-
(Lukas 19:1-10). Daarop beleed Zachéüs
zijn zonden en
begon een nieuw leven.
Het
avondmaal is bedoeld voor mensen die begrijpen dat zij Gods
vergeving nodig hebben, hun zonden belijden, en de Here Jezus willen
volgen. Zij die zo samen met ons de dood van de Heer willen verkondigen
mogen wij niet van de tafel weren. Het is namelijk niet de tafel van de
Baptisten- gemeente, maar de “tafel des
Heren”. (1 Korinthiërs 10:21;
11:21) Maar wie zo niet komt, en onterecht eet en
drinkt, zonder besef van berouw, doet dat “tot zijn
eigen
oordeel”. - (1 Korinthiërs
11:29)
God
houdt ieder mens zelf verantwoordelijk. Tijdens een
avondmaalsdienst, terwijl de tafel gereed staat, doen we daarom een
brede oproep om onszelf te onderzoeken, onze zonden te belijden, en op
de weg van Christus te blijven wandelen. Het brood en de wijn
zijn ons daarbij dan een tastbare hulp.
De
vereiste toetsing van onszelf maakt dat kinderen, die daar niet toe
in staat zijn, niet aan het avondmaal kunnen gaan. We hopen dat zij
verder in het geloof opgroeien, en op een keer bij de begroeting aan
het avondmaal voor de Here Jezus gaan staan. Broeders en zusters uit
andere kerken kunnen deelnemen, indien zij onze visie op het avondmaal
van harte delen.
3.
Hoe
wordt het avondmaal gevierd?
Wij vieren elke eerste
zondagmorgen van de
maand het avondmaal. De dienst staat dan in het teken van de vergeving
van zonden. We vragen van de gemeente om voorbereid te komen -
bijvoorbeeld, leg voor zover mogelijk ruzies van tevoren bij (hoe kun
je vergeving vragen, terwijl je zelf nog wrok koestert?).
Na
de prediking wordt een ‘open’ uitnodiging gedaan om
van
het avondmaalsbrood te eten en van de wijn te drinken. Dan volgt een
moment van stilte, waarna aan hen die voor het eerst in onze gemeente
aan het avondmaal willen
deelnemen wordt
gevraagd om op te staan en zich voor te stellen.
Daarna
lezen we de instellingswoorden van de Heer en laten we de schaal
met brood, en de beker met wijn door de zaal rondgaan.
We hopen dat u zo voldoende
bent ingelicht, en
natuurlijk hopen wij u bij de tafel van de Here God te
begroeten.
We wensen u bij uw overwegingen wijsheid en Gods genade toe. Het
avondmaal vieren is een groot voorrecht - een rustpunt bij
Christus. Elke maand weer, want de weg is vaak nog zo lang.
Naar
boven
Toetreding tot de
gemeente
Toetreden”
tot de gemeente betekent “lid worden”. Misschien
wist u dat al, maar we kunnen ons voorstellen dat u daar vragen over
heeft. Vragen zoals: wat is “lid worden”, hoe wordt
dit onderbouwd vanuit de Schrift, wie kan lid worden, en hoe gaat dat
praktisch in zijn werk? Op deze vier vragen willen we nu kort ingaan.
1.
Wat
is “lid worden”?
De
gemeente is geen vereniging. We
worden dus niet lid van de gemeente zoals we lid worden van een
sportvereniging of van een vakbond. De gemeente is niet zo maar een
organisatie - zij is voor alles een organisme. Paulus vergelijkt de
christelijke gemeenschap dan ook met een lichaam. “Gij nu
zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden”
(1 Corinthiërs 12:27).
Lid
worden betekend dat iemand zich aansluit bij een plaatselijke gemeente
omdat hij of zij zich opgenomen weet in de gemeenschap daar, en daarom
al bewust deel uitmaakt van het organisme. Je weet
je een ‘voet’, een
‘hand’, of een
‘oog’.
Lid
worden is niet meer dan een formele bekrachtiging van die bestaande
relatie.
Men
verklaart openlijk mede verantwoordelijkheid te willen dragen voor het
welzijn van de gemeenschap. Daarbij zijn inbegrepen de rechten en de
plichten zoals die verwoord zijn in de statuten en het huishoudelijk
reglement. Wie lid wil worden zal daar eerst goed kennis van moeten
nemen.
Enkele
voorbeelden van rechten en plichten zijn het stemrecht in de
gemeentevergadering, trouw aanwezig willen zijn in de samenkomsten,
zich inzetten voor de gemeente, en financieel meedragen in de onkosten.
2.
Schriftuurlijke
onderbouwing van
het lidmaatschap.
De apostel Paulus zegt dat wij “leden” zijn van
“elkander” (1 Corinthiërs 12:25). We
hangen dus niet maar als los zand aan elkaar. We horen als leden van
een lichaam bij elkaar. Lidmaatschap plaatsen we in dat Bijbelse
verband. Als we volgens de apostel door God Zelf tot leden van een
lichaam bij elkaar gevoegd zijn, hoe zouden we dan kunnen ontkennen dat
het “lidmaatschap” door God gewild zou zijn? Wie
lid wordt van de gemeente belijdt daarmee een betrokken lid van het
lichaam te zijn, en erkent ten volle wat de Schrift over het
“lid zijn” beweert.
De
bijbel gebruikt het beeld van een herder en een kudde. De Here Jezus
vergelijkt de gemeente met schapen die de stem van de herder kennen. De
herder “roept zijn eigen schapen bij name en voert ze naar
buiten” (Johannes 10:3). Overgezet naar de gemeente zijn ons
de namen van hen die met ons optrekken bekend - dus niet alleen bij
God, maar ook bij de oudsten. Zij zijn immers herders van de kudde.
Elke gemeente heeft dan ook een lijst met namen, en niemand kan zijn
naam daar onbedachtzaam op zetten.
Je
moet immers wel schaap van de Goede Herder zijn, trouw achter Hem aan
gaan, en honkvast willen zijn. Zo’n lijst met namen is niets
minder dan een “ledenlijst”, of hoe u deze ook
noemen wilt.
3. Wie kan toetreden?
De
voorwaarden om toe te treden zijn voor de hand liggend. Wie de Here
Jezus Christus als Verlosser heeft leren kennen, en op grond van geloof
gedoopt is of gedoopt wil worden en blijk geeft van trouw in het
navolgen van de Here Jezus, en tenslotte de statuten en de
geloofsbelijdenis van de gemeente onderschrijft, kan tot de gemeente
toetreden. Het kan daarom nodig zijn dat u zich verdiept in onze
geloofsstandpunten.
4.
Hoe
gaat toetreding in zijn werk?
Vanwege
het persoonlijke en gemeenschappelijke karakter van toetreding mag deze
niet onopgemerkt gebeuren. Als iemand te kennen heeft gegeven lid te
willen worden, wordt hij of zij door enkele van de oudsten bezocht.
Daarop wordt dit voornemen uiterlijk twee weken voor de toetreding aan
de gemeente kenbaar gemaakt en indien geen gegronde bezwaren worden
kenbaar gemaakt, kan men lid worden. Tijdens de dienst kan men zich
voorstellen aan de gemeente en wordt ook voor hem of haar gebeden. Na
afloop van de dienst is het de gewoonte dat het nieuwe lid door de
gemeente met een handdruk welkom wordt geheten.
Met deze folder hopen
we u enige duidelijkheid over toetreding tot de gemeente te hebben
gegeven. Mocht dit niet volstaan, neem dan gerust contact met
één van de oudsten of voorgangers op. We willen u
graag verder helpen bij uw overwegingen. Wilt u lid worden, dan kunt u
dat het beste aan één van de oudsten of de
voorganger van de gemeente doorgeven.
We
zien natuurlijk graag uit naar uw toetreding!
Naar
boven
De Bijbel over
begraven of cremeren door ds. W. Glashouwer.
Lezen: Ps. 34:16-23, Ezech. 37.1-14, 1 Cor. 15: 35-58.
De aanleiding tot dit schrijven is het feit, dat ik steeds weer in het
pastoraat, mensen tegenkom, die zich afvragen: " Wat moet een christen
na zijn dood met zijn lichaam laten doen: begraven of cremeren? Maakt
het enig verschil uit - ook voor God? Men hoort in onze tijd steeds
meer over crematie. Ook in ons midden zijn er mensen, die reeds
besloten hebben, dat zij niet begraven, maar gecremeerd willen worden.
Enkele algemene opvattingen van deze tijd over crematie:
a. Alle (heidense) volken hebben het
altijd gekend.
b. Het is in deze tijd, waar zoveel
mensen sterven en
er niet genoeg plaats voor al die graven is, veel beter.
c. Men zegt, dat het
hygiënischer is.
d. Wat zou het eigenlijk voor verschil
uitmaken, of
de vernietiging van het lichaam onmiddellijk na de dood plaats vindt of
pas na een proces
van zoveel
jaren.
Uit dit alles blijkt, dat men de Bijbel niet meer kent, en dat wij ons
het woord van de Heer Jezus moeten gaan aantrekken:
“ Gij dwaalt zeer, omdat gij de Schriften niet kent, noch de
kracht Gods.” (Matth. 22:29.)
Lijkverbranding is heidendom, naar veel teksten uit de Bijbel.
Bij het volk Israël, aan wie God Zijn Woord en wil geopenbaard
heeft, kwam lijkverbranding normaliter niet voor. Het werd alleen als
bijzondere verzwaring van de doodstraf voor de ergste misdadigers
toegepast. De lijken van degenen, die opgehangen werden, mochten
‘s nachts niet blijven hangen; zij moesten begraven worden.
Liet
men de lijken toch aan de paal hangen, was dat een verzwaring van de
straf. Maar het allerergste was het, wanneer de lijken verbrand moesten
worden.
Amos 2:1-3:
Amos moest
namens God het oordeel uitspreken over Moab omdat hij het gebeente van
Edoms koning tot kalk verbrand had.
1 Kon. 13:1-6:
Jerobeam de 1e zondigde en deed Gods volk zondigen; hij
richtte
afgoden altaren op en stelde zelf priesters aan om offers te brengen.
Toen het afgodsaltaar klaar was en koning Jerobeam erbij stond om het
in te wijden, kwam een man Gods, die een ontzettende profetie over dat
altaar moest uitspreken: de beenderen der priesters, die daar offerden,
zouden eens op datzelfde altaar verbrand worden. Als teken, dat dat
Gods Woord was, zou het altaar scheuren. Op hetzelfde ogenblik scheurde
het altaar. De woedende koning.strekte zijn hand uit en zei.
“
Grijp die man.” Toen verstijfde de hand van de koning en werd
melaats. Doch na het verzoek van de koning aan de man Gods:
“Bid
voor mij” en het gebed van deze man Gods, genas de hand.
2 Kon. 23:15-18:
Vele
jaren later vond de grote reformatie van de koning Josia plaats. Hij
liet alle altaren afbreken. Toen ging in vervulling, wat de Godsman in
1 Kon.13 had geprofeteerd: de beenderen van de afgodspriesters werden
uit de graven gehaald en op het altaar verbrand. Een zeer zware straf
van Godswege. Het gebeente van de Godsman bleef onaangeroerd in het
graf. Lijkverbranding is in de Bijbel reeds een symbolisch oordeel van
God.
Daniël 6:
Daniël werd in de leeuwenkuil wonderbaar door God bewaard.
Nadat
hij op 's konings bevel daaruit werd opgehaald, werd de straf aan zijn
vijanden voltrokken. zij werden in de leeuwenkuil geworpen. Zij hadden
de grond niet eens geraakt of de leeuwen verscheurden hen en
vermorzelden hun beenderen. Een leeuw vermorzelt het gebeente.
Daarom werden de martelaren voor de leeuwen geworpen. De Romeinen
wisten heel goed, dat de christenen even veel zorg voor het dode
lichaam droegen als de Joden - wij hebben immers dezelfde Bijbel.
Daarom was de zwaarste straf voor de christenen: op de brandstapel of
voor de leeuwen.
Steeds weer treft ons de grote zorg voor het dode lichaam in
de
Bijbel.
God heeft het lichaam, met heel zijn samenstelling, op een heel
bijzondere manier geschapen. Het lichaam is niet maar iets bijkomstigs,
niet slechts stoffelijk omhulsel, maar mag een tempel, van de Heilige
Geest zijn (1 Cor.6.19). “ Daarom verheerlijk God met uw
lichaam” (1 Cor. 6:13, 20; Rom. 12.1; Phil. 1.20). Na de dood
vergaat het vlees, het gebeente blijft bewaard. Dat is Gods voorzienige
leiding.
Gen. 50:25.
Jozef liet
zijn broers kort voor zijn dood beloven, dat zij zijn gebeente naar het
beloofde land zouden meenemen.
1 Sam.31: 12,13.
Koning Saul wierp zich. in de felle strijd tegen de Filistijnen, in
zijn zwaard. Men nam zijn lijk en dat van zijn gesneuvelde zonen en
verbrandde ze. Hun gebeente echter verbrandden zij niet, doch begroeven
zij.
2 Sam.21.
Onder David
werd nog het oordeel voltrokken over de nakomelingen van Saul o.a. over
de zonen van Rizpa. Als straf bleven de lijken liggen. De moeder droeg
grote zorg voor de lijken van haar zoons. Zij legde er doeken overheen
en bleef er overdag bij, opdat de vogels er niet bij konden, terwijl
zij er ook ‘s nachts over waakte, dat de dieren de lijken
niet
zouden schenden. Toen David dat hoorde, gaf hij bevel de lijken te
begraven. Hij zei er echter bij, dat het gebeente van Saul en Jonathan
opgegraven en samen in het graf der vaderen (bij Sauls vader, Kis)
moest worden begraven. Weer de zorg voor het gebeente.
Ps. 34:21.
God behoedt
de beenderen van de rechtvaardige; niet één
daarvan zal
verbroken worden. Dat woord is bij de Here Jezus, toen Hij aan het
Kruis hing, in vervulling gegaan. (Joh.19:32-37).
1 Cor. 15.
Begraven
betekent niet aan de vernietiging prijsgeven, maar zaaien met het oog
op de toekomst. God heeft het zo gewild. Het graf is in de Bijbel de
rustplaats voor de dode lichamen de levende geest is bij God.
Hoe gebeurt het bij de opstanding, als toch zoveel doodsbeenderen door
elkaar liggen? Zie Ezech.37 Als God spreekt, als Gods Geest door die
vallei vol dorre doodsbeenderen gaat waaien, voegt het ene deel zich
bij het andere. God laat geen van Zijn werken varen; Hij voltooit ze,
ook wat betreft het lichaam.
Crematie is iets totaal anders dan begraven.
Crematie is moedwillige vernietiging van het lichaam, het gebeente
inclusief. Bij begraven heeft geen vernietiging, maar verandering
plaats. Ook degenen, die, leven bij de wederkomst van Jezus Christus,
houden niet hetzelfde lichaam. Zij ontvangen een veranderd, nieuw
lichaam, evenals zij, die begraven zijn. Het nieuwe lichaam houdt met
het oude verband. De Heer Jezus was in Zijn opstandingslichaam te
herkennen geweest, aan de tekenen van de spijkers. Er bestaat verband
tussen het gezaaide en opgewekte.
“Dit
vergankelijke moet
onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke
onsterfelijkheid.”
(1 Cor.15:53.)
Phil. 3.21.
Ons
vernederd lichaam zal aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig
gemaakt worden. Wij zullen Hem zien gelijk Hij is - Wij
zullen
Hem gelijk zijn. ( 1 Joh. 3:2).
Rom. 8:23.
Het einde
van het verlossingswerk is de verlossing van ons lichaam. D.w.z. de
gelijkvormigmaking aan het verheerlijkt lichaam van de Heer Jezus
(niet: dat wij van ons lichaam verlost worden als van iets lastigs).
Er is dus een samenhang zoals bij de graankorrel, die, sterft. Uit die
bepaalde graankorrel komt die bepaalde halm te voorschijn, uit dat
bloemzaadje die speciale bloem. Uit het graf van die bepaalde persoon
komt die speciale mens te voorschijn. Wij zullen in de eeuwigheid niet
allemaal gelijkvormige wezens zijn. Daar zal een veelvormigheid op een
nog veel machtiger wijze zijn, dan zoals wij het in deze schepping
kennen.
Het gaat om de vernieuwing, verandering, herschepping ook
van ons
lichaam.
In het N.T. is er altijd weer de samenhang tussen graf en opstanding:
Joh. 5:28,29. Niet in de zin zoals de rabbijnen zich dat destijds
voorstelden: als het gebeente er niet meer is zal de mens ook niet
opstaan. Daarom was het destijds ook zo'n verschrikkelijke straf,
wanneer het gebeente werd verbrand. Dat zegt de Bijbel echter niet.
Jezus zegt, dat ook de mannen van Sodom en Gomorra in het gericht
zullen opstaan. Sodom was door een, Godsoordeel verbrand met vuur en
zwavel. Ook degenen, die in zee zijn omgekomen, een zeemansgraf hebben,
zullen opstaan. (Openb. 20:13).
In de kerkgeschiedenis horen we nooit van lijkverbranding.
De grote straf van de heidenen voor de christenen - zo hoorden we reeds
- was de brandstapel en de leeuwenkuil. 30 jaren na de dood van
Wycliffe, de hervormer vóór Luther, werd het
gebeente van
deze “ketter” opgegraven en verbrand, als straf. De
kerk
van alle eeuwen heeft nooit aan crematie gedacht. Pas in de tijd van de
vrijdenkerij gaat men denken aan lijkverbranding. Daarom is het zo
ontstellend, dat toen de nieuwe wet op de lijkverbranding in de Kamer
aanhangig werd gemaakt, er vanuit de Bijbel niet getuigd is, dat het
heidendom is, wanneer crematie bij de wet wordt mogelijk gemaakt.
Slachtoffers van een atoomoorlog en martelaren, die verbrand werden en
worden, zijn slachtoffers. Het wordt hen aangedaan. Crematie
daarentegen betekent je eigen lichaam zelf aan de vernietiging
prijsgeven. Daarmee sta je persoonlijk schuldig voor God. Dat is
gewelddadige aantasting van Gods geheim met ons lichaam, een soort
bijzondere voltrekking van het oordeel Gods door mensenhand.
God geve, dat wij niet blijven redeneren en discussiëren:
“het doet er toch eigenlijk niets toe.” Leest u dan
de
volgende Bijbelteksten maar eens biddend: 1 Cor.15; Jes.26:19;.Dan.
12:2; Gen. 50:25; Jer. 16:4; Jes.7:29-33; Deut. 21:22v; Dan. 6:25; 1
Sam.31:11-13; 2 Sam:21:10-14; 1 Kon.13:2,22; Amos
2:1; 2
Kon: 23:15vv; Lev. 21: 9; Num: 16.35; Ps. 34:21; Mat.10:15; 1
Petr. 3:18-20; Joh. 5.28; Mat. 27:52v; Phil. 3: 20v; Rom. 8:23.
Moet Jezus ook tegen ons zeggen. "Gij
dwaalt, omdat gij de Schriften niet kent?" Indien u op dit
punt
tot nu toe hebt gedwaald en reeds een wilsbeschikking tot crematie hebt
gemaakt, overweegt u dan biddend wat God in Zijn Woord over deze dingen
zegt. Jezus Christus Zelf is begraven. God heeft Hem uit het graf doen
verrijzen. Wij hebben een almachtig God, die Zijn wil in Zijn Woord
geopenbaard heeft. Door de opstanding van Jezus Christus heeft Hij ons
doen wedergeboren tot een levende hoop.(1 Petr. 1:3,4). Als wij in
eigen leven de kracht van Zijn opstanding kennen, zijn wij getroost
over hen, die ons zijn voorgegaan. Dan hebben wij goede moed. God zorgt
ook, voor hun en ons lichaam, ook door en over het graf heen.
Als de grote dag aanbreekt, waarop wij uit de graven zullen verrijzen,
ontvangen wij het verheerlijkte lichaam, waardoor wij Hem gelijk zullen
zijn.
“Een ieder,
die deze hoop heeft
op Hem, reinigt zich, gelijk Hij rein is.” (1
Joh. 3:3.)
Wie naar Gods Woord luistert, het kinderlijk gelooft en het doet, is
een eeuwigheidsmens En wordt
beelddrager van Christus.
In uw hoede zijn wij wél geborgen,
en schoon eerlang ‘t oog ons breek',
open gaat het op den grote morgen
na deez' aardse lijdensweek.
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
als w 'onsterfelijk, uit de dood verrezen,
knielen voor uw dankaltaar!
Amen, Jezus, maak het waar!
Gezang 53:3.
Alles op Zijn tijd
door R. Klein Haneveld
Mozes had het
goed begrepen God wilde hem gebruiken als verlosser voor het volk
Israël, dat in die dagen zuchtte onder de slavernij in Egypte.
Dat
besef was nauwelijks tot hem doorgedrongen, of hij ging aan de slag. De
Egyptenaren moesten verslagen worden en hij begon aan dat karwei. De
eerste de beste moest eraan geloven. Zo had hij nog heel lang kunnen
doorgaan...
Mozes' probleem was
niet, dat hij Gods plan niet kende, maar dat hij Gods tijd en methode
niet goed begreep.
Als christenen
kunnen we in eenzelfde positie verzeild raken. Want we lezen over het
komende Rijk van God en we verlangen naar die tijd, dat de aarde vol
zal zijn van gerechtigheid en vrede. We lezen dat God met zijn volk
over de aarde zal heersen en dat wij zelfs engelen zullen oordelen.
Ongeduldig als we zijn, willen we alvast aan de slag.
De geschiedenis
laat zien dat het dikwijls zo gegaan is. In perioden dat grote delen
van de bevolking van een land betrokken was bij de christelijke kerk,
werd het land beschouwd als een christelijk land. Door middel van
wetgeving werden ook niet-christenen gedwongen tot een christelijke
levensstijl. Het land werd als het ware gezien als een voorbode, ja als
bruggenhoofd van Gods Rijk, dat door de inspanningen van de christenen
zou groeien. Door christelijke politiek en allerlei christelijke
organisaties zou uiteindelijk alle tegenstand overwonnen worden en Gods
rijk zou de aarde vervullen. Dan hoefde Christus alleen nog maar te
komen om de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen. Maar wat is
eigenlijk God plan? Wat is zijn methode?
Driemaal
Goed Nieuws
In de Bijbel
vinden we de boodschappen die God voor de aarde heeft. Sommige daarvan
worden aangemerkt als "evangelie", goed nieuws. Andere zijn niet echt
goed nieuws. Zo wordt Gods spreken tot Abraham wel aangemerkt als
evangelie,(1) maar de woorden van God op de berg Sinaï is een
harde boodschap: "Doe dat en leef ”.(2) Een boodschap die
door
ons zondige hart geen positieve uitwerking heeft.(3)
In het Nieuwe
Testament is sprake van drie 'vormen' waarin het heil geopenbaard
wordt. Deze drie heilsboodschappen worden alle aangeduid als
"evangelie", maar moeten naar tijd en inhoud van elkaar onderscheiden
worden.
Kort voor de verschijning van de Rechter der wereld laat God op
indringende wijze het
eeuwige evangelie
verkondigen.(4) Bij de verschijning van Jezus zal niemand kunnen zeggen
nooit van Hem gehoord te hebben. Dit evangelie doet een beroep op het
verstand van de mens, dat God hem gegeven heeft om uit de zintuiglijke
waarneming van de schepping de conclusie te trekken, dat er een
Schepper is.(5) Het stelt een minimale eis aan de mens, die echter
verleid is en wordt om in plaats van de Schepper de schepping of het
schepsel te vereren.(6)
Johannes de Doper en de Heer Jezus zelf verkondigden het
evangelie van het Koninkrijk.
Dit rijk, met Jeruzalem als wereldhoofdstad, was door de wet en de
profeten aangekondigd.(7) Johannes de Doper bereidde de komst van deze
Koning door zijn boeteprediking voor. De Zoon van God, Jezus,
verkondigde, zij het als de nog verborgen, maar toch al aanwezige
Koning, dat de aanvang van dit Koninkrijk zeer nabij was. Ja, in zijn
persoon was toen dat koninkrijk midden onder de Joden. De Heer Jezus
wendde zich uitdrukkelijk tot Israël en gaf ook zijn
discipelen de
opdracht om aan Israël deze boodschap van het komende
koninkrijk
te verkondigen.(8) In dat rijk wenden de heidenen zich tot de Joden om
aan het heil deel te krijgen.(9) Dat rijk komt pas, als de Koning
uittrekt om alle vijanden te overwinnen.
De apostelen
van Jezus verkondigden in eerste instantie waar zij ook kwamen in de
synagogen het evangelie van het Koninkrijk.(10) Maar Paulus was
geroepen om het
evangelie van Gods genade
(11) te prediken aan alle volken.(12) Joden en heidenen worden door dit
evangelie, dat Paulus ook wel aanduidt met de woorden: "mijn
evangelie",(13) is een plan, dat eeuwenlang in God verborgen
is
gebleven, om, aan Joden en heidenen op gelijke wijze het heil aan te
bieden, zodat Joden op dezelfde manier behouden worden als heidenen.(14)
Elk
evangelie op zijn eigen tijd
Nu is het voor ons van belang om te weten wat Gods boodschap voor de
tegenwoordige tijd is. Het eeuwige
evangelie wordt kort voor Jezus’ terugkeer
verkondigd.
Het evangelie van
het koninkrijk
werd door Johannes de Doper, Jezus en zijn apostelen verkondigd. Maar
nadat de Joodse natie ook het getuigenis van de Heilige Geest over
Jezus verwierp, en de leidslieden van de Joodse gemeenschappen in de
verstrooiing de beslissing van de oudsten en de priesters te Jeruzalem
onderschreven, werd deze bediening onderbroken. Het slot van het boek
Handelingen concludeert, dat het heil (zij het in een tot dan toe
onbekende vorm) voor alle volken bestemd is.(15) Maar in de tijd van
Jacobs benauwdheid zal deze boodschap opnieuw verkondigd worden.(16)
Het gelovig overblijfsel uit Israël zal zich dan aan deze
opdracht
wijden en met buitengewone gevolgen dit evangelie van het Koninkrijk
verkondigen - geheel naar de oudtestamentische beloften en de woorden
van de Heer Zelf. Hele 'volken' zullen tot discipelen gemaakt worden.
Dit evangelie heeft tot doel het volk Israël gereed te maken
om
als Gods boodschapper onder de volken te functioneren (17) om vele
volkeren binnen te leiden in Gods Rijk.
Maar vanaf het
moment dat het heil Gods aan de heidenen gezonden werd, wordt het
evangelie van de
genade wereldwijd bekend gemaakt. Daarbij wordt het
heil aangeboden aan Joden en heidenen zonder onderscheid. En ook tussen
gelovigen uit de Joden en de gelovigen uit de heidenen is geen
onderscheid meer. Niet Jeruzalem is de centrale plaats, maar de persoon
van de Heer Jezus Zelf. We mogen in gebed rechtstreeks tot zijn hemelse
troon naderen en Hij is aanwezig waar twee of drie personen in zijn
Naam samen zijn.
De Heer Jezus
heeft gezegd, dat Hij na zijn dood en opstanding zijn gemeente zou gaan
bouwen. Een gemeente van ‘uitgeroepenen’ uit alle
volken.
Dat deed Hij niet alleen door apostelen en profeten, maar Hij zette
daarvoor alle gelovigen in.
Onze
opdracht
Nu we deze
verschillende facetten van Gods spreken onderscheiden, kunnen we ook
onze eigen opdracht ontdekken. Vandaag de dag bouwt God niet aan zijn
koninkrijk op aarde. Dat komt als Hij komt! En dan komt het op de
manier die de profeten voorzegden. Maar nu is Hij bezig de gemeente te
formeren. Hij is bezig burgers van een rijk in de hemelen te
rekruteren, die als vreemdelingen in vijandig gebied zullen leven. Met
één doel: doorgeven wat ze ontvangen hebben.
Als we niet
dezelfde vergissing willen begaan als Mozes, geven we niet onze
grootste inspanning aan het kerstenen van ons land, maar aan het winnen
van mensen voor Jezus. Dat gaat niet het meest effectief door allerlei
organisaties, hoewel die voor allerlei praktische zaken handig en
noodzakelijk zijn. Het meest effectief is het, als ons leven de
kenmerken draagt van dat hemelse rijk, dat toekomstige rijk. Want dat
wordt vandaag de dag alleen zichtbaar in rechtvaardigheid, vrede en
blijdschap;(18) in kracht, liefde en bezonnenheid door de Heilige
Geest.(19)
Zijn dat de sterkste eigenschappen van ons als christenen?
Aangehaalde
Bijbelteksten:
1 Galaten 3:8
2 Galaten 3:12
3 Romeinen 3:20
4 Openbaring 14:6,7
5 Psalm 19:1-6;
Romeinen 1: 1 9 vv
6 Romeinen 1:21 vv
7 Bijv. in Psalm 2:6
vv; Jesaja 9:6; Micha 5: 1.
8 Mattheüs
15:24; 10:5
9 Zacharia 8:23
10 Vgl. Handelingen
20:25
11 Handelingen 20:25
12 Handelingen 9:15
13 Romeinen 2:16;
16:25
14 Handelingen 15:11
15 Handelingen 28:28
16 Mattheüs
24:14
17 vgl. Zacharia 8:23
18 Romeinen 14:17
19 2
Timotheüs 12:17
Naar boven
New Age.
Religie of leugen.
Waarschijnlijk heb je
er wel eens
wat van gehoord, hetzij uit tekenfilms, hetzij van milieubewegingen.
Vandaag de dag hebben we “New Age-radiostations”,
New Age
winkels, en ja, zelfs New Age kerken, maar het grootste deel van de
verwarring wordt wel veroorzaakt door de New Age Beweging. Allereerst:
de New Age Beweging is geen samenspanning of een sekte. Het is een
losse collectie van diverse mensen en groepen. Het is een religieuze
trend, geen religieuze organisatie. De diversiteit maakt het tamelijk
moeilijk om het precies te omschrijven, maar er zijn een aantal
leerstelsels die specifiek New Age zijn.
Eèn van
deze leerstelsels
is het Monisme, het idee dat één beginsel
aanneemt ter
verklaring van de verschijnselen. Het bewustzijn waarmee je god en de
schepping ervaart als één. Er is geen egobesef.
Er
bestaat niets behalve god. De mens is god met daaraan toegevoegd een
tijdelijke naam en vorm. Uiteindelijk zal hij weer volledig opgaan in
god, de bron waaruit hij is voortgekomen.
Monisme lijkt erg op
het Oosterse
Pantheisme (te geloven in de eenheid aller wezens en verschijnselen) en
door deze overeenkomsten wordt de New Age Beweging vaak omschreven als
een invasie van de Oosterse mystiek in de Westerse beschaving. Echter,
de wortels van de New Age Beweging liggen in de Europese filosofie. Wat
wij hier zien is niet de adoptie van de Oosterse religie, maar het
bankroet gaan van onze eigen cultuur.
Eeuwenlang
handhaafden theologen
drie bronnen der waarheid: openbaring, traditie en grondslag. Een voor
een dankten ze de openbaring af, negeerden ze de traditie en
concludeerden dat de grondslag ontoereikend was. Zodoende werd de
situatie een beetje beangstigend. Er waren geen bronnen van autoriteit
meer over!
Mensen functioneren
niet zo goed
zonder een of andere bron van autoriteit, gezag, een soort van bron van
hoop. Omdat ze nergens meer naar toe konden gingen westerse filosofen
hun hoop vestigen op irrationele ideeën als Monisme, gelovend
dat
de problemen en het gebrek aan de samenhang van het leven meer
ogenschijnlijk dan echt waren en dat deze problemen konden worden
opgelost op zo'n diepgaand niveau die we niet echt kunnen bevatten.
Deze ideeën leverden de echte bodem voor de New Age Beweging.
In
feite dus ontstaan omdat westerse filosofen geen antwoorden meer hadden.
In principe is het
volgende er dus
over te zeggen: de New Age Beweging leert dingen die nergens op slaan.
Hun leer doet geweld aan de Schrift, traditie en grondslag. De
aanhangers zijn mensen die wanhopig op zoek zijn naar hoop en zekerheid
in een wereld die erg verwarrend lijkt. Zij hebben het idee opgevat dat
we geen zekere bron van autoriteit hebben, en doen een poging om
antwoorden te vinden in gewaarwordingen en irrationele ideeën.
Naar
boven
Tegenstellingen tussen New
Age (Pseudo-spiritualiteit) en Christendom (De Bijbel-Gods
Woord)
|
Pseudo-spiritualiteit
(New Age) |
Christendom |
|
| 1 |
Het
Zelf centraal |
Jezus
Christus centraal |
Filippenzen
3: 8 |
| 2 |
Gebaseerd
op ervaring |
Gebaseerd
op gehoorzaamheid |
1
Petrus 1:2 |
| 3 |
God
is te vinden in álles wat geschapen is
|
God
is Schepper, apart van zijn Schepping |
Psalm
113:5-6 |
| 4 |
God
is alleen maar geest, een geestelijk principe
|
God
is een Persoon |
Exodus
3:14 |
| 5 |
Het
universum is het resultaat van een Evolutie
|
Het
universum is geschapen en wordt onderhouden door God |
Genesis1:1 |
| 6 |
Alles
is goddelijk, zowel het goede als het kwade
|
God
is goed |
Psalm
119:6-8 |
| 7 |
Er
is maar één goddelijk idee, en alle wegen leiden
daarheen |
Er
is maar één God, en alleen Jezus Christus leidt
naar Hem |
Johannes
14:6 |
| 8 |
Reïncarnatie
|
Alleen
dit ene aardse leven |
Hebreën
9:27 |
| 9 |
Spiritualiteit
die de mens trots en hoogmoedig maakt
|
Spiritualiteit
die de mens nederig maakt |
Mattheüs
18:4 |
| 10 |
Referentiekader:
gevoelens |
Referentiekader:
de Bijbel |
2
Timotheus 3:16 |
| 11 |
Meditatie:
je verstand loslaten
|
Geloof:
je verstand gebruiken |
Psalm
1:2 |
| 12 |
De
geest van de satan |
De
Heilige Geest van God |
1
Corinthe 2:12 |
| 13 |
Wonderlijke
tekenen tot eer van de mens die deze bewerkt
|
Wonderlijke
tekenen tot eer van God |
Marcus
2:12 |
| 14 |
Zoekt
en gebruikt occulte machten en krachten
(Deut.18: 9-13)
|
Zoekt
en gebruikt kennis van God en Zijn Woord |
Johannes
7:17 |
| 15 |
Gebondenheid
onder satan (Lucas 13: 16).
|
Vrijheid
in Christus |
Galaten
5:1 |
| 16 |
Angst
|
Echte
liefde |
1
Corinthe 13:4-7 |
| 17 |
Wij
kunnen God in eigen kracht bereiken. |
God
moet ons tegemoet komen |
Efeze
2:8-9 |
| 18 |
De
mens heeft een hogere, goddelijke natuur. |
De
gevallen mens heeft een zondige natuur |
Romeinen
3:23 |
| 19 |
Zonde
wordt geaccepteerd |
Zonde
wordt vergeven |
Marcus
1:14-15 |
| 20 |
In
geestelijk opzicht dood |
In
geestelijk opzicht opnieuw geboren |
Johannes
3:16 |
Naar boven
Homofilie.
Wat is ons standpunt?
We willen duidelijk
een scheiding
maken tussen homofilie en homoseksualiteit. Homofilie zegt iets over de
geaardheid, homoseksualiteit betreft homoseksuele uitingen.
Homoseksualiteit keuren we af op grond van de Bijbel.
Waarom hebben wij deze mening?
Omdat homofilie een gevoel is dat niet door mensen weg te nemen is,
maken wij dit onderscheid. In de Bijbel lezen wij dat het praktiseren
van homofilie, de homoseksualiteit, niet mag. Dit kunnen we
bijvoorbeeld lezen in Leviticus 20:13 “Een man die
gemeenschap
heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap
heeft met een vrouw, – beiden hebben een gruwel gedaan, zij
zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op
hen.” Hiermee wordt aangegeven dat
homoseksuele uitingen
tegen de wil van God ingaan. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor
lesbische uitingen.
Het spreekt voor zich dat de we dus ook tegen het homo-huwelijk zijn.
Deze verbintenis is de gelijkstelling tussen paren van hetzelfde
geslacht en relaties van een man en een vrouw.
Het huwelijk is geen instelling van menselijk recht maar een instelling
van God. God heeft de man en vrouw voor elkaar geschapen. Het huwelijk
tussen één man en één vrouw
is door God
ingesteld. In Genesis 2: 18 en 24 lezen we: "En de HERE God zeide: Het
is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die
bij hem past. ........ Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder
verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot
één
vlees zijn."
Romeinen 1:18 -32
“Want toorn
van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en
ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in
ongerechtigheid ten onder houden,
daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want
God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan
worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping
der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen
verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem
niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op
niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.
Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de
majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op
het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van
kruipende dieren. Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven
aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de
waarheid Gods vervangen door de leugen
en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is
tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan
schandelijke lusten, want
hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de
tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met
de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als
mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor
het
welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. En daar
zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven
aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: vervuld van
allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol
nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars,
haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in
het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder
hart of barmhartigheid. Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden,
namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen
zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze
bedrijven.”
Is het niet enorm hard om homofilie wel te accepteren maar
homoseksualiteit niet?
Nee, mensen met homofiele gevoelens hebben in deze wereld een zwaar
kruis te dragen. Bijbels gezien mogen zij niet toegeven aan die
gevoelens. Als zij dat kunnen doen met instemming van het Bijbelse
verbod en onder gebed om Gods hulp hierin dan zal de last lichter zijn
om te dragen.
Is homofilie een ziekte?
Nee, het is een gevoel waar mensen niets aan kunnen doen, een
geaardheid. Nooit mag gesteld worden dat het een ziekte is. Al is het
zoals hierboven beschreven wel een last die meegedragen moet worden.
Naar
boven
De Bedelingen
De Bijbel verdeeld de tijd in delen, met een ouderwets woord "bedelingen" genoemd. Elke bedeling heeft een kenmerkend begin:
(ver)nieuwd
handelen van God met de mens. Tevens is er een kenmerkend einde:
oordeel over de mens, vanwege het niet naleven van het
verbond met God.
de bedeling van de Onschuld (Gen. 2:7 - Gen. 3). De periode van de schepping van Adam tot de Zondeval;
de bedeling van het Geweten (Gen. 4 - Gen. 8). Van de Zondeval tot de Zondvloed;
de bedeling van het Menselijk bestuur (Gen. 9 - Gen. 11:9). Van de Zondvloed tot de spraakverwarring van Babel;
de bedeling van de Belofte (Gen. 12 - Exod. 1). Van de roeping van
Abram tot de Slavernij in Egypte. Deze slavernij werd
veroorzaakt doordat men niet in het beloofde land bleef maar naar "de vleespotten van Egypte" ging;
de bedeling van de Wet (Exod. 19 - Luk. 21:24). Rom. 10:4 "Want Christus is het einde van de wet"
de bedeling van de Genade (Luk. 23:33-48). Deze bedeling is nog steeds
niet afgelopen maar eindigt zodra de Gemeente
weggenomen wordt van de Aarde (1 Thes. 4:15-18);
het Duizendjarig rijk (Openb. 20:1-6). Daarna volgt de Eeuwigheid (nieuwe hemel en aarde): Openb. 21vv.
De Bijbel heeft een duidelijke boodschap: God houdt van de mensheid, maar de mensen meestal niet van Hem. God maakte de aarde,
waarop
de mensen als "kroon op de schepping" mochten leven. Hij gaf de mensen
de opdracht de aarde te bewaren, er over te heersen.
Toch hebben de mensen dat niet op de juiste manier gedaan en gingen "hun eigen weg". God moet hierop vervolgens wel handelend
(oordelend) optreden: de mensen hebben de gemaakte 'afspraken' immers verbroken? Nadat het keer op keer 'mis' gaat geeft God
uiteindelijk Zichzelf aan de mensen, in de Persoon van Zijn Enige Zoon: de Messias (= redder) Jezus.
Jezus
wordt eveneens niet door de mensheid geaccepteerd en sterft vervolgens
aan "het hout". Hij hing, als een vervloekte, tussen hemel
en
aarde.... hij, Jezus, overwon de dood: Hij stond namelijk na 3 dagen in
het graf te zijn geweest weer op! Hiervan zijn vele getuigen
geweest, zodat aan dit historisch feit niet getwijfeld moet worden.
Jezus
heeft, door Zijn dood en opstanding, de Weg naar God voor de mensheid
weer geopend. Ieder die in Hem, Jezus, gelooft, z l
namelijk, volgens de Bijbel, het Eeuwige leven ontvangen! (Zie ook Johannes 3:16).
Naar
boven